Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 11 september 2024 in de zaak tussen
[eiseres] ., uit [vestigingsplaats 1] , eisers
[derde-partij]uit [vestigingsplaats 2] (vergunninghoudster)
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde het beroep van eisers tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Nederweert om een omgevingsvergunning te verlenen voor de bouw van pluimveestallen op een perceel met de bestemming 'Agrarisch met waarde – Openheid'. Eisers voerden aan dat sprake was van nieuwvestiging in strijd met het bestemmingsplan en dat een milieueffectrapportage (MER) had moeten worden opgesteld vanwege belangrijke nadelige milieugevolgen.
De rechtbank oordeelde dat het begrip nieuwvestiging in planologische zin moet worden uitgelegd en dat het bouwplan plaatsvindt op gronden met de aanduiding 'intensieve veehouderij', zodat geen sprake is van nieuwvestiging. De door eisers voorgestane uitsterfregeling wordt niet gevolgd omdat deze de rechtszekerheid van de positieve bestemming aantast. Daarnaast stelde de rechtbank vast dat geen MER-plicht geldt omdat het aantal dieren onder de drempelwaarde blijft en de vormvrije MER-beoordeling voldoende onderbouwd is. Eisers slaagden er niet in aan te tonen dat aanvullende milieueffectrapportage noodzakelijk is.
Ook de vraag of de aanvraag vergunningplichtig is onder de Wet natuurbescherming lag niet voor, omdat het bevoegde gezag hiervoor de provincie is en het positieve weigeringbesluit van de provincie onherroepelijk is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de omgevingsvergunning en wees de proceskosten toe aan verweerder.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de pluimveestallen wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.