ECLI:NL:RBLIM:2024:65
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering IOW-uitkering wegens samenloop met WW-uitkering
Eiser ontving vanaf 1 oktober 2019 zowel een IOW-uitkering als een WW-uitkering, wat leidde tot een herziening en terugvordering van de IOW-uitkering door het UWV. Eiser voerde aan dat hij de WW-uitkering niet hoefde te melden omdat het UWV hiervan op de hoogte was en dat de terugvordering onaanvaardbare financiële gevolgen zou hebben. De rechtbank oordeelt dat eiser de inlichtingenplicht heeft geschonden omdat hij niet heeft gemeld dat hij naast de IOW-uitkering ook een WW-uitkering ontving, ondanks dat hij hierover was geïnformeerd.
De rechtbank stelt vast dat het UWV terecht de IOW-uitkering heeft herzien en het te veel betaalde bedrag van € 24.836,70 terugvordert. Het beroep op dringende reden faalt omdat er geen onaanvaardbare financiële gevolgen zijn, mede doordat de terugvordering in maandelijkse termijnen wordt voldaan en het gezamenlijke inkomen van eiser en zijn fiscaal partner toereikend is. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen omdat het herstelbeleid van het UWV niet op eiser van toepassing is.
De rechtbank bevestigt dat de vastgestelde afloscapaciteit van € 137,- per maand correct is berekend en dat partneralimentatie niet in mindering kan worden gebracht bij de beslagvrije voet. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het UWV terecht de IOW-uitkering heeft herzien en teruggevorderd.