ECLI:NL:CRVB:2020:318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand ondanks persoonlijke omstandigheden en beroep op hardheidsclausule
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet, welke door het college werd ingetrokken wegens het niet overleggen van controleerbare verblijfplaatsgegevens. Ondanks een voorlopige voorziening waarbij bijstand werd verleend, vorderde het college de ten onrechte ontvangen bijstand terug.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze terugvordering ongegrond, omdat appellante geen dringende redenen aannemelijk had gemaakt die terugvordering onaanvaardbaar zouden maken. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar uitzonderlijke persoonlijke en financiële situatie, waaronder een ernstige gezondheidsaandoening en het wonen in een bestelauto, wel degelijk dringende redenen vormden.
De Raad oordeelt echter dat het college bevoegd was tot terugvordering en dat de persoonlijke omstandigheden en financiële situatie van appellante geen dringende redenen zijn om hiervan af te zien. Ook het beroep op de hardheidsclausule wordt verworpen omdat onbillijkheden van overwegende aard niet zijn aangetoond. De Raad bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand en wijst het hoger beroep van appellante af.