Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 1 februari 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- gemachtigde salaris €
814,00
Rechtbank Limburg
De huurovereenkomst tussen eiser en gedaagde betrof een woning die sinds 1 april 2019 werd verhuurd. Na beëindiging van de relatie met een medehuurder beschouwt eiser deze niet langer als medehuurder. Op 8 december 2023 vond een brand plaats in de woning, waarbij gedaagde verklaarde de brand te hebben gesticht. Gedaagde verblijft momenteel in een penitentiaire inrichting.
Eiser vordert ontruiming van de woning en betaling van een huurachterstand over vier maanden, vermeerderd met contractuele rente en proceskosten. Gedaagde betwist onder meer de betekening van de dagvaarding, maar staat nog ingeschreven op het adres van de woning. De huurachterstand is niet betwist, maar de huurverhoging vanaf oktober 2023 wel, waardoor de rechtbank uitgaat van de oorspronkelijke huurprijs.
De kantonrechter oordeelt dat eiser voldoende spoedeisend belang heeft bij toewijzing van de vordering tot betaling van de huurachterstand en ontruiming. De ontruiming wordt toegewezen met een termijn van twee weken na betekening van het vonnis. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, gebruiksvergoeding vanaf februari 2024, contractuele rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen twee weken en betaling van huurachterstand met rente en proceskosten.