Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarbij een mondelinge behandeling is bepaald
- het ter zitting door Wonen Zuid overgelegde actuele overzicht van de huurachterstand,
Rechtbank Limburg
De huurder huurt sinds januari 2020 een woning van Wonen Zuid en heeft een huurachterstand opgebouwd over de maanden januari tot en met april 2024, met een totaalbedrag van €2.028,60 bij dagvaarding. Ondanks enkele betalingen tijdens de procedure bleef de achterstand aanzienlijk. Wonen Zuid vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming, betaling van de achterstand met wettelijke rente, incassokosten en maandelijkse huur tot ontruiming.
De huurder betwist de vordering deels en stelt dat de achterstand te gering is voor ontbinding en dat Wonen Zuid niet aan haar verplichtingen inzake schuldhulpverlening heeft voldaan. De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand van meer dan drie maanden een ernstige tekortkoming vormt die ontbinding rechtvaardigt. De omstandigheden van de huurder, waaronder opname in Mondriaan en beperkte financiële middelen, ontslaan hem niet van zijn verplichtingen.
De kantonrechter wijst het beroep op de terme de grâce af wegens onvoldoende onderbouwing en verleent een ontruimingstermijn van twee maanden vanwege de schrijnende situatie van de huurder. Het beding over buitengerechtelijke incassokosten in de algemene voorwaarden wordt vernietigd wegens oneerlijkheid, waardoor deze kosten worden afgewezen. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand met rente, maandelijkse huur na 30 april 2024, ontruiming binnen twee maanden en proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens huurachterstand en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen twee maanden en betaling van de achterstand met rente.