Uitspraak
1.De procedure
- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 384,42
5.De beslissing
februari 2024.
Rechtbank Limburg
Woonfonds Nederland 4A B.V. vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woonruimte wegens een huurachterstand van meer dan drie maanden. De huurder erkent een betalingsachterstand, maar betwist de hoogte daarvan. Uit het betalingsbewijs blijkt dat de achterstand sinds juni 2020 is ontstaan en in december 2022 ongeveer 3,5 maand bedroeg. Na gedeeltelijke betalingen is de achterstand afgenomen tot € 1.311,81 in november 2023.
De kantonrechter oordeelt dat ten tijde van de dagvaarding de huurachterstand niet meer dan drie maanden bedroeg, waardoor ontbinding en ontruiming niet gerechtvaardigd zijn. Wel wordt de vordering tot betaling van de resterende huurachterstand toegewezen, inclusief wettelijke rente en een gereduceerd bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten, rekening houdend met deelbetalingen.
De kantonrechter wijst erop dat de huurder geen gemotiveerd verweer heeft gevoerd tegen het overzicht van betalingen en erkent dat de achterstand niet in 2017, maar vanaf 2020 is ontstaan. De proceskosten worden aan de zijde van Woonfonds vastgesteld en de vordering tot ontbinding wordt afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen, maar de huurder wordt veroordeeld tot betaling van de resterende huurachterstand, rente en incassokosten.