ECLI:NL:RBLIM:2024:7610
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering wegens correctie ouderlijke bijdrage na belastingdienstgegevens
Eiser betwist de herziening en terugvordering van zijn aanvullende studiefinanciering over 2021 en 2022, omdat de minister op basis van een hoger vastgesteld inkomen van zijn vader door de belastingdienst de ouderlijke bijdrage heeft verhoogd. Eiser voert aan dat hij geen contact heeft met zijn vader en daarom niet kon weten dat de oorspronkelijke berekening onjuist was, en dat hij daardoor een studieschuld heeft gekregen.
De minister stelt dat de herziening terecht is omdat de ouderlijke bijdrage wordt vastgesteld op basis van het toetsingsinkomen van het peiljaar, vastgesteld door de belastingdienst, en dat een hogere vaststelling aanleiding geeft tot herziening. De rechtbank overweegt dat de wetgever de minister expliciet bevoegd heeft gemaakt om binnen drie jaar na het studiefinancieringstijdvak onjuiste ouderlijke bijdragen te herzien.
Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de teleurstelling van eiser, oordeelt zij dat het ontbreken van contact met de vader en het niet kunnen voorzien van de hogere ouderlijke bijdrage niet afdoen aan de bevoegdheid tot herziening. Eiser heeft geen toegewezen verzoek om loskoppeling van het inkomen van zijn vader. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de herziening en terugvordering van de studiefinanciering.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van de aanvullende studiefinanciering over 2021 en 2022 wordt ongegrond verklaard.