De zaak betreft verzoeken om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het bouwen van twee warehouses inclusief kantoren en inritten in Weert. De vergunning werd verleend door het college van burgemeester en wethouders van Weert en is onderwerp van meerdere beroepen. Verzoekers, bestaande uit omwonenden en belangenorganisaties, betwisten onder meer het stikstofonderzoek, de verkeersveiligheid en de gevolgen voor openbaar groen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de vergunninghouder op korte termijn met grondwerkzaamheden zal starten, wat het spoedeisend belang van verzoekers ondersteunt. Echter, het aangeleverde aanvullende verkeersrapport is te laat ingediend en wordt buiten beschouwing gelaten. Het stikstofonderzoek is adequaat hersteld en er is geen aanhaakplicht voor een natuurvergunning.
Verder is het onderzoek naar de uitweg aan de Uilenweg en de impact op bomen en groen voldoende gemotiveerd en geborgd met voorschriften. Verkeersveiligheid en ruimtelijke ordening zijn beoordeeld, waarbij de voorzieningenrechter oordeelt dat de vergunning niet in strijd is met goede ruimtelijke ordening en dat Rijkswaterstaat verantwoordelijk is voor de sluis over Sluis 16.
Gelet op deze overwegingen en de eerdere uitspraak van 21 maart 2024 ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening en wijst de verzoeken af.