Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
proces-verbaal Aanrijding misdrijf [2] volgt - zakelijk weergegeven - onder meer het volgende:
A: Ik reed van Posterholt in de richting van Koningsbosch over de [straat 2] . Bij de afslag Maria Hoop moest ik rechtsaf gaan slaan in de richting van mijn huis. Voordat ik rechtsaf ging slaan, had ik al het fietspad bekeken. Ik had daar geen fietsers gezien. Ik ben hierop rechts afgeslagen met een gepaste snelheid. Ik heb nogmaals gekeken maar geen fietsers zien rijden op het vrij liggende fietspad. Op het moment dat ik afgeslagen was zag ik plotseling fietsers voor mij die aan het oversteken waren. Deze fietsers heb ik van te voren niet gezien of zien aankomen over het vrij liggende fietspad. Ik kon niet meer reageren en ben tegen deze fietsers gebotst.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht,
- ontzegt de verdachte de
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
naar rechts heeft gestuurd en/of
naar rechts is afgeslagen en/of
(daarbij) niet althans in onvoldoende mate op het (rechts) naast de rijbaan gelegen fiets-/bromfietspad heeft gelet en/of
is blijven letten en/of (daarbij) niet, althans in onvoldoende mate door de ruit(en) van dat door hem bestuurde motorrijtuig heeft gekeken en/of
is blijven kijken, zulks op het moment dat twee over dat fietspad rijdende fietsers dat kruispunt tot op korte afstand waren genaderd, althans zich op dat kruispunt bevonden, en/of
(vervolgens ) die fietsers geen voorrang heeft verleend, waardoor, althans mede waardoor, een botsing en/of aanrijding is ontstaan met/tusen zijn, verdachtes, motorrijtuig en een van die fietsers, althans de door hem bestuurde fiets, waarna
eerstgenoemde fietser in botsing is gekomen met de naast hem rijdende fietser, althans diens fiets, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.