Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
allevorderingen van Woonpunt bij LAVG in behandeling waren.
Rechtbank Limburg
Stichting Woonpunt verhuurde een woning aan de huurder vanaf oktober 2016. Na een huurachterstand en beëindiging van de huurovereenkomst ontstond een geschil over openstaande bedragen, waaronder gebruiksvergoeding en herstelkosten voor het terugbrengen van de woning in verhuurbare staat.
De huurder stelde dat de vorderingen al waren meegenomen in een minnelijke schuldregeling via een derde partij, maar kon dit niet aantonen tegenover Woonpunt. De kantonrechter concludeerde dat alleen de huurachterstand tot 4 december 2018 was meegenomen in die regeling, terwijl de gevorderde bedragen daarna nog openstonden.
De kantonrechter wees de vordering van Woonpunt toe, inclusief wettelijke rente vanaf de dagvaarding en proceskosten, en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van € 4.422,35 plus wettelijke rente en proceskosten.