ECLI:NL:RBLIM:2024:8737
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen aanlijn- en muilkorfgebod voor hond wegens onvoldoende onderbouwing gevaarlijkheid
De voorzieningenrechter van Rechtbank Limburg behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van Venlo om de hond van verzoeker als gevaarlijk aan te merken en een aanlijn- en muilkorfgebod op te leggen. Dit besluit was gebaseerd op een proces-verbaal van bevindingen waarin drie bijtincidenten met een andere hond waren gemeld.
Verzoeker betwistte de juistheid van de aangiften en stelde dat de hond niet had gebeten en dat de beschuldigingen overdreven waren. De burgemeester baseerde zijn besluit uitsluitend op het proces-verbaal zonder aanvullend onderzoek. De voorzieningenrechter oordeelde dat het proces-verbaal een eenzijdig en onvoldoende onderbouwd beeld gaf, zonder concrete waarnemingen of bewijsstukken over de ernst van de incidenten.
Gelet op het spoedeisend belang en de medische situatie van de hond (epilepsie), achtte de voorzieningenrechter het opleggen van het aanlijn- en muilkorfgebod niet gerechtvaardigd op basis van het beschikbare bewijs. De voorlopige voorziening werd daarom toegewezen, het besluit geschorst en de burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het aanlijn- en muilkorfgebod voor de hond wordt geschorst wegens onvoldoende onderbouwing van het gevaarlijkheidsbesluit.