ECLI:NL:RVS:2024:1606
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanlijn- en muilkorfgebod voor gevaarlijke hond Sjef in Bloemendaal
De zaak betreft het aanlijn- en muilkorfgebod dat de burgemeester van Bloemendaal op 10 februari 2021 oplegde voor Sjef, de hond van appellant. Dit besluit werd door de rechtbank bevestigd nadat bleek dat Sjef meerdere bijtincidenten had veroorzaakt, waaronder verwondingen aan een kind en de dood van een andere hond. Appellant stelde in hoger beroep dat het besluit onterecht was en dat er geen nieuwe incidenten waren sinds het opleggen van de maatregel.
De Raad van State overwoog dat de burgemeester beoordelingsruimte heeft bij het aanmerken van een hond als gevaarlijk op grond van artikel 2:59 van Pro de Algemene plaatselijke verordening (APV) Bloemendaal 2019. De politie-rapportage en het gedragsrapport van een deskundige toonden aan dat Sjef een gevaar vormt voor kinderen en andere honden, mede door een socialisatietekort in zijn jeugd. De Raad vond het aanlijn- en muilkorfgebod proportioneel en passend, mede omdat herbeoordeling mogelijk is via de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad wees ook het betoog af dat de bestuurlijke rapportage niet tijdig was verstrekt, en dat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd waarom alleen de Universiteit Utrecht geschikt is voor herbeoordeling. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur waren niet geschonden. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het aanlijn- en muilkorfgebod voor de hond Sjef wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.