ECLI:NL:RBLIM:2024:9662
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugsvondst
Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester om haar woning voor zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, nadat de politie grote hoeveelheden harddrugs, softdrugs en een niet meer in werking zijnde hennepkwekerij had aangetroffen. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om een voorlopige voorziening.
De burgemeester was bevoegd tot sluiting omdat de aangetroffen hoeveelheden drugs de handelshoeveelheid overschreden en de woning vermoedelijk een rol speelt in de drugshandel. De sluiting was noodzakelijk ter bescherming van het woon- en leefklimaat en het herstel van de openbare orde, waarbij geen minder ingrijpende maatregel volstond.
De evenredigheid van de maatregel werd bevestigd ondanks de schrijnende situatie van verzoekster, die onvoldoende onderbouwde dat zij geen alternatieve woonruimte kon vinden. Haar verantwoordelijkheid als bewoonster voor de situatie in de woning en het ontbreken van een bijzondere binding met de woning maakten de sluiting gerechtvaardigd.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de sluiting evenredig en noodzakelijk was en wees het verzoek om voorlopige voorziening af, waardoor de burgemeester tot sluiting kan overgaan.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens drugsvondst wordt afgewezen.