ECLI:NL:RBLIM:2024:9935

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
19 december 2024
Publicatiedatum
24 december 2024
Zaaknummer
ROE 24 / 4941 en ROE 24 / 4943
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13b Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen sluiting woning en eethuis wegens drugsbezit

Verzoekers hebben de voorzieningenrechter gevraagd om de besluiten van de burgemeester tot sluiting van hun woning en eethuis te schorsen in afwachting van de bezwaarprocedure. De burgemeester had de sluitingen opgelegd op grond van het aantreffen van verdovende middelen in de woning.

De voorzieningenrechter heeft ernstige bedenkingen bij de bevoegdheid van de burgemeester om de woning van verzoeker 1 te sluiten, omdat de aangetroffen hoeveelheid cocaïne gering is en bestemd lijkt voor eigen gebruik. Ook de noodzaak van de sluiting wordt betwijfeld, mede vanwege het tijdsverloop van meer dan vijf maanden sinds het aantreffen van de middelen.

Ten aanzien van het eethuis van verzoeker 2 is er geen functionele samenhang met de bovenwoning waar de drugs zijn gevonden, omdat deze apart afsluitbaar is en in het eethuis geen drugs zijn aangetroffen. Daarom zijn ook hier de bevoegdheid en noodzaak van sluiting betwist.

De voorzieningenrechter concludeert dat de burgemeester per pand afzonderlijk moet beoordelen of sluiting gerechtvaardigd is en verwacht dat de besluiten in rechte geen stand zullen houden. Daarom zijn de besluiten geschorst, is het griffierecht aan verzoekers vergoed en zijn proceskosten toegekend.

Uitkomst: De besluiten van de burgemeester tot sluiting van de woning en het eethuis zijn geschorst vanwege ernstige bedenkingen over bevoegdheid en noodzaak.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummers: ROE 24/4941en ROE 24/4943

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

19 december 2024 op de verzoeken om een voorlopige voorziening in de zaken tussen
[naam], verzoekster 1, en
[naam], verzoeker 1, (samen verzoekers 1) en
[naam], verzoekster 2, en
[naam], verzoeker 2
,(samen verzoekers 2), uit [woonplaats] of [woonplaats] ,
allemaal samen verzoekers,
(gemachtigde: mr. G.J.J.G. Stevens-Waltmans),
en

de burgemeester van de gemeente Maasgouw

(gemachtigden: mr. E. Zeylbekl-Calhan en mr. E. Stroeken).

Beslissingen

- De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening van verzoekers toe. De voorzieningenrechter schorst de besluiten van de burgemeester van
25 november 2024 (bestreden besluiten) tot en met zes weken nadat de burgemeester op de bezwaren die verzoekers tegen de bestreden besluiten hebben gemaakt, heeft beslist.
- De voorzieningenrechter bepaalt dat de burgemeester het griffierecht aan verzoekers vergoedt dat zij voor de behandeling van de verzoeken hebben moeten betalen, te weten
€ 187,- aan verzoekers 1 en € 187,- aan verzoekers 2.
- De voorzieningenrechter veroordeelt de burgemeester tot betaling aan verzoekers van een vergoeding voor de door verzoekers voor de behandeling van de verzoeken gemaakte proceskosten, te weten € 1.312,50 aan verzoekers 1 en € 1.312,50 aan verzoekers 2.

Motivering van de schorsing van de bestreden besluiten

De woning [adres] te [plaatsnaam]
1. De voorzieningenrechter overweegt dat de burgemeester bevoegd is aan de bewoner(s) en/of eigena(a)r(en) van een woning een last onder bestuursdwang op te leggen die sluiting van de woning inhoudt als in de woning een handelshoeveelheid verdovende middelen is aangetroffen. De burgemeester heeft deze bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De voorzieningenrechter overweegt ook dat die bevoegdheid niet bestaat als degene aan wie de last is gericht aannemelijk maakt dat de verdovende middelen bedoeld zijn voor eigen gebruik en de burgemeester niet alsnog een dragende motivering voor de sluiting heeft. [1]
2. De voorzieningenrechter heeft ernstige bedenkingen bij de bevoegdheid van de burgemeester om aan verzoekers 1 een last onder bestuursdwang op te leggen die inhoudt dat zij hun woning moeten sluiten en voor zes maanden gesloten moeten houden. Verzoeker 1 heeft op de zitting verklaard dat de verdovende middelen (2 gram cocaïne) die in zijn woning zijn aangetroffen bestemd zijn voor eigen gebruik. De voorzieningenrechter vindt die verklaring niet ongeloofwaardig. Bovendien vindt de verklaring steun in een melding waaruit blijkt dat verzoeker 1 gebruiker is van verdovende middelen en bestrijdt de burgemeester deze melding niet. Daarnaast is de aangetroffen hoeveelheid verdovende middelen een geringe hoeveelheid die voor eigen gebruik zou kunnen zijn en zijn er voor het overige geen aan drugshandel gerelateerde attributen in de woning aangetroffen.
3. Ook bij de noodzaak van de sluiting van de woning heeft de voorzieningenrechter ernstige bedenkingen. De aangetroffen hoeveelheid verdovende middelen is gering. Daarnaast zijn meer dan vijf maanden verlopen tussen het aantreffen van de verdovende middelen en de sluiting van de woning en zijn er geen meldingen meer geweest. De voorzieningenrechter weet dat vaste rechtspraak is dat na een tijdverloop van één jaar opnieuw moet worden beoordeeld of een sluiting nog noodzakelijk is. [2] Dit neemt echter niet weg dat een geringer tijdverloop onder omstandigheden tot ernstige bedenkingen bij de noodzaak van de sluiting van de woning kan leiden.
Het eethuis [adres] te [plaatsnaam]
4. De voorzieningenrechter heeft ernstige bedenkingen bij de bevoegdheid van de burgemeester om aan verzoekers 2 een last onder bestuursdwang op te leggen die inhoudt dat zij hun eethuis moeten sluiten en voor zes maanden gesloten moeten houden. De voorzieningenrechter heeft op de zitting gehoord dat de woning boven het eethuis apart van het eethuis kan worden afgesloten. Zij is van oordeel dat hierdoor geen sprake is van een functionele samenhang tussen het eethuis en bovenwoning en dus ook niet tussen de in de bovenwoning aangetroffen verdovende middelen en handelsattributen en het eethuis. Daarbij vindt de voorzieningenrechter van belang dat in het eethuis geen verdovende middelen zijn aangetroffen, alleen een gsm en dat de burgemeester de sluiting van het eethuis niet op het aantreffen van de gsm heeft gebaseerd.
5. Ook bij de noodzaak van de sluiting van het eethuis heeft de voorzieningenrechter ernstige bedenkingen. Dit omdat de bovenwoning apart afsluitbaar is.
6. De voorzieningenrechter heeft overigens de indruk dat de burgemeester de woning van verzoekers 1, het eethuis van verzoekers 2 en de bovenwoning gelegen [adres 3] in onderlinge samenhang heeft beschouwd en daardoor de loop naar de bovenwoning ook heeft betrokken bij zijn besluiten om de woning en het eethuis te sluiten. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester per pand zou moeten bezien of er reden is voor sluiting.
7. De verwachting van de voorzieningenrechter is dat de bestreden besluiten in rechte geen stand zullen houden omdat zij onrechtmatig zijn. Al daarom heeft zij de bestreden besluiten geschorst.
Griffierecht en proceskosten
8. Omdat de voorzieningenrechter de verzoeken toewijst moet de burgemeester het griffierecht aan verzoekers vergoeden. Daarom krijgen verzoekers ook een vergoeding van hun proceskosten. De voorzieningenrechter heeft de proceskostenvergoeding vastgesteld op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Zij heeft verzoekers een vergoeding toegekend voor kosten van rechtsbijstand. Zij is daarbij uitgegaan van drie proceshandelingen, te weten het indienen van twee verzoekschriften en bijstand op de zitting, elk met een waarde van € 875,- en wegingsfactor 1.
Wat verder nog aan de orde is geweest
9. De voorzieningenrechter heeft partijen erop gewezen dat tegen de mondelinge uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.
Dit proces-verbaal is opgemaakt door mr. N.J.J. Derks-Voncken, voorzieningenrechter, en mr. A.W.C.M. Frings, griffier. Het proces-verbaal is alleen ondertekend door de voorzieningenrechter omdat de griffier verhinderd is om het proces-verbaal te ondertekenen.
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: 24 december 2024.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABvRS) van
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de ABvRS van 7 september 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:2614)