Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van
[naam], verzoeker 1, (samen verzoekers 1) en
[naam], verzoeker 2
,(samen verzoekers 2), uit [woonplaats] of [woonplaats] ,
Rechtbank Limburg
Verzoekers hebben de voorzieningenrechter gevraagd om de besluiten van de burgemeester tot sluiting van hun woning en eethuis te schorsen in afwachting van de bezwaarprocedure. De burgemeester had de sluitingen opgelegd op grond van het aantreffen van verdovende middelen in de woning.
De voorzieningenrechter heeft ernstige bedenkingen bij de bevoegdheid van de burgemeester om de woning van verzoeker 1 te sluiten, omdat de aangetroffen hoeveelheid cocaïne gering is en bestemd lijkt voor eigen gebruik. Ook de noodzaak van de sluiting wordt betwijfeld, mede vanwege het tijdsverloop van meer dan vijf maanden sinds het aantreffen van de middelen.
Ten aanzien van het eethuis van verzoeker 2 is er geen functionele samenhang met de bovenwoning waar de drugs zijn gevonden, omdat deze apart afsluitbaar is en in het eethuis geen drugs zijn aangetroffen. Daarom zijn ook hier de bevoegdheid en noodzaak van sluiting betwist.
De voorzieningenrechter concludeert dat de burgemeester per pand afzonderlijk moet beoordelen of sluiting gerechtvaardigd is en verwacht dat de besluiten in rechte geen stand zullen houden. Daarom zijn de besluiten geschorst, is het griffierecht aan verzoekers vergoed en zijn proceskosten toegekend.
Uitkomst: De besluiten van de burgemeester tot sluiting van de woning en het eethuis zijn geschorst vanwege ernstige bedenkingen over bevoegdheid en noodzaak.