Goodfarming B.V. heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw om inspectierapporten over dierenwelzijn bij slachterijen openbaar te maken op grond van de Wet open overheid (Woo). De minister handhaafde het besluit na bezwaar. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om een voorlopige voorziening en het beroep inhoudelijk.
Verzoekster stelde dat openbaarmaking van bedrijfsgegevens onwenselijk is vanwege de persoonlijke levenssfeer en vrees voor dierenrechtenactivisme. Zij beriep zich op uitzonderingsgronden uit artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e en h van de Woo. De voorzieningenrechter overwoog dat het uitgangspunt van de Woo 'openbaar, tenzij' is en dat de weigeringsgronden restrictief moeten worden toegepast.
De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die het publieke belang van transparantie en maatschappelijk debat over toezicht en dierenwelzijn benadrukt. De openbaarmaking van bedrijfsnaam en adres is niet in strijd met de persoonlijke levenssfeer, ook niet als het adres een privéadres betreft. De naam van een chauffeur wordt wel weggelakt.
De vrees voor activisme werd onvoldoende concreet geacht om openbaarmaking te weigeren. De enkele algemene veronderstelling van mogelijke acties van dierenrechtenactivisten volstaat niet. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verzoekster krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.