Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2025:10162

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
15 oktober 2025
Publicatiedatum
17 oktober 2025
Zaaknummer
11464234 \ CV EXPL 25-61
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 245 lid 1 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling wegens niet-reageren gemachtigde in civiele procedure

In deze civiele procedure voor de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, stond een geschil tussen eiseres in conventie en gedaagde in conventie centraal. De procedure omvatte een tussenvonnis van 16 juli 2025 waarin de gemachtigde B. Visser werd verzocht te reageren op een voornemen om hem te veroordelen tot betaling van proceskosten.

B. Visser heeft niet gereageerd op dit voornemen, ondanks dat een akte was ingediend door een andere gemachtigde van Juristu Incasso Juristen B.V. De kantonrechter oordeelde dat B. Visser wel degelijk als gemachtigde was gesteld en zag geen reden om af te wijken van het voornemen tot veroordeling.

De kantonrechter veroordeelde B. Visser tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de wederpartij, begroot op € 678,00, en tot betaling van de wettelijke rente over deze kosten indien niet binnen veertien dagen betaald. Er werd geen afzonderlijke beslissing genomen over nakosten, aangezien de kostenveroordeling een executoriale titel vormt voor deze nakosten.

Het vonnis werd op 15 oktober 2025 in het openbaar uitgesproken door de kantonrechter.

Uitkomst: De gemachtigde B. Visser wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente wegens het niet reageren op het voornemen tot kostenveroordeling.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11464234 \ CV EXPL 25-61
Vonnis van 15 oktober 2025 – bij vervroeging
in de zaak van
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie],
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ,
gemachtigde: B. Visser (Juristu Incasso Juristen B.V.)
tegen
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,
gemachtigde: mr. Machiel van Velden

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 16 juli 2025,
- de akte van Juristu Incasso Juristen B.V.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

in conventie
2.1.
In het tussenvonnis van 16 juli 2025 is B. Visser van Juristu Incasso Juristen B.V. (hierna: Juristu) in de gelegenheid gesteld zijn standpunt naar voren te brengen aangaande het voornemen van de kantonrechter om hem op grond van art. 245 lid 1 Rv Pro te veroordelen tot betaling van de proceskosten van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .
2.2.
B. Visser heeft geen akte genomen. De ontvangen akte is namelijk afkomstig van Juristu en vermeldt mevrouw [naam] als gemachtigde.
2.3.
Omdat B. Visser niet heeft gereageerd op het voornemen hem te veroordelen tot betaling van de proceskosten van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , ziet de kantonrechter geen aanleiding om terug te komen van dit voornemen.
2.4.
Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat, anders dan in de akte wordt aangevoerd, B. Visser wel degelijk als gemachtigde van de (niet-bestaande) eisende partij is gesteld. Zo staat het immers bovenaan de eerste pagina van het exploot van dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid.
2.5.
B. Visser zal worden veroordeeld tot betaling van de kosten van dit geding, aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot op heden begroot op € 678,00 salaris gemachtigde (2 x € 339,00).
2.6.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
2.7.
In dit vonnis wordt geen afzonderlijke beslissing genomen over de gevorderde nakosten. Een kostenveroordeling levert immers ook een executoriale titel op voor de nakosten. De kantonrechter verwijst in dat verband naar het arrest van de Hoge Raad van 10 juni 2022 (ECLI:NL:HR:2022:853).

3.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
3.1.
veroordeelt B. Visser van Juristu tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot op heden begroot op € 678,00,
3.2.
veroordeelt B. Visser van Juristu tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald.
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2025.
RW