Eisers hebben units zonder vergunning geplaatst op een perceel in strijd met de Omgevingswet en het bestemmingsplan. Het college legde een last onder dwangsom op met een begunstigingstermijn van 3 maanden, later verlengd tot 9,5 maand. Eisers voerden aan dat handhaving onevenredig is vanwege hun inspanningen en omstandigheden rondom verkoop en transport van de units.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de overtreding duidelijk is en dat geen zicht is op legalisatie. De verlengde begunstigingstermijn is redelijk en de omstandigheden van eisers rechtvaardigen geen verdere verlenging of het niet handhaven. De hoogte van de dwangsom van 30.000 euro wordt als proportioneel beoordeeld, ondanks een motiveringsgebrek in het besluit dat ter zitting is hersteld.
De voorzieningenrechter verklaart het beroep ongegrond, wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en heft de eerder getroffen schorsing op. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eisers. De uitspraak is mondeling gedaan op 28 oktober 2025 en in het openbaar uitgesproken.