ECLI:NL:RBLIM:2025:11572
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wraking rechter-plaatsvervanger in zorgmachtigingsprocedure ongegrond verklaard
Op 10 november 2025 diende verzoeker tijdens een zitting over een zorgmachtiging een wrakingsverzoek in tegen de rechter-plaatsvervanger. Verzoeker stelde dat hij onvoldoende geïnformeerd was over het dossier en dat de procedure te snel verliep, waardoor de zorgvuldigheid in het gedrang kwam. Tevens maakte hij bezwaar tegen het feit dat hij niet zelf het woord mocht voeren tijdens de zitting.
De wrakingskamer onderzocht of er feiten of omstandigheden waren die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid van de rechter opleverden. De kamer benadrukte dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat het wrakingsverzoek alleen kan slagen bij uitzonderlijke omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor partijdigheid.
Na beoordeling van het wrakingsverzoek, de ingediende stukken en de procedure, concludeerde de wrakingskamer dat geen feiten of omstandigheden waren gesteld die een dergelijke vrees konden rechtvaardigen. De kamer wees erop dat het aan de rechter is om de regie over de procedure te voeren, waaronder het bepalen van de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en het toekennen van spreektijd.
Daarom verklaarde de wrakingskamer het verzoek tot wraking kennelijk ongegrond en nam zij deze beslissing zonder behandeling ter zitting. De uitspraak werd op 20 november 2025 openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Limburg.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-plaatsvervanger is kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.