Op 25 november 2025 heeft de Rechtbank Limburg uitspraak gedaan in een zaak betreffende de inbeslagname van een Mercedes-Benz G-klasse, die onder klager was genomen in het kader van een strafvorderlijk onderzoek. Klager, die zich beroept op een retentierecht, verzocht om teruggave van het voertuig, dat in beslag was genomen op 11 februari 2025. De rechtbank ontving het klaagschrift op 27 maart 2025 en heeft op 14 oktober 2025 de zaak behandeld in openbare raadkamer, waarbij klager, zijn advocaat en de officier van justitie zijn gehoord. De curator van de failliete eigenaar van de auto was ook op de hoogte gesteld van het klaagschrift.
De rechtbank oordeelde dat het klaagschrift ontvankelijk was, maar ongegrond. De officier van justitie had rechtmatig gehandeld door het voertuig aan de curator van de failliete boedel terug te geven, aangezien het conservatoir beslag op de Mercedes was vervallen door het faillissement van de eigenaar. Klager had geen opeisbare vordering op het moment van inbeslagname, waardoor zijn beroep op het retentierecht niet kon slagen. De rechtbank concludeerde dat de klager geen belang meer had bij zijn beklag, omdat het beslag niet meer bestond en de Mercedes deel uitmaakte van de failliete boedel. De beschikking werd openbaar uitgesproken door rechter K.G. Witteman, met de mogelijkheid voor klager om binnen veertien dagen in cassatie te gaan.