ECLI:NL:PHR:2003:AF3104
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid teruggave inbeslaggenomen auto's aan curator faillissement
In april 1994 werden twee auto's, een Range Rover en een Porsche, conservatoir beslagen gelegd ten laste van verzoeker in verband met een ontnemingsvordering. De vennootschap [A] AG, waarvan verzoeker directeur was, werd in juli 1994 failliet verklaard. De curator kreeg toestemming om conservatoir beslag op de auto's te leggen en dit beslag werd omgezet in executoriaal beslag na een veroordeling van verzoeker tot betaling van een geldsom.
De curator vroeg de officier van justitie om medewerking aan executoriale verkoop van de auto's. De officier van justitie hief het strafvorderlijk beslag op en stemde in met verkoop door de curator. Verzoeker vroeg meerdere malen om teruggave van de auto's, waarop de officier van justitie niet reageerde. Het hof oordeelde dat de teruggave aan de curator niet onredelijk of maatschappelijk onverantwoord was, ook al had de officier van justitie niet de voorgeschreven procedure gevolgd.
Verzoeker stelde cassatie in tegen dit oordeel, stellende dat hij als eigenaar van de auto's recht had op teruggave en dat de curator slechts een verhaalsrecht had. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep, stellende dat de officier van justitie mocht uitgaan van de juistheid van de vordering van de curator en dat de teruggave aan de curator op het eerste gezicht niet onredelijk was. Ook het verschil tussen de verkoopopbrengst en de waarde van de auto's leidde niet tot een schadevergoedingsplicht van de Staat.
De Hoge Raad bevestigde dat de wettelijke regeling omtrent beslag en teruggave door de officier van justitie en bewaarders kan worden doorbroken indien zij op grond van andere wettelijke verplichtingen goederen aan derden moeten afgeven, zoals in dit geval aan de curator. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de teruggave van de auto's aan de curator wordt als rechtmatig bevestigd.