Uitspraak
Toetsingskader
- de aanvraag en de daarbij verstrekte gegevens en bescheiden het naar het oordeel van het bevoegd gezag niet aannemelijk maken dat het bouwen van een bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, voldoet aan de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012;
- de aanvraag en de daarbij verstrekte gegevens en bescheiden het naar het oordeel van het bevoegd gezag niet aannemelijk maken dat het bouwen van een bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, voldoet aan de voorschriften die zijn gesteld bij de bouwverordening;
- de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan;
- het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd is met redelijke eisen van welstand (...).
Stedenbouwkundige randvoorwaarden – gerechtvaardigd vertrouwen?
5.De hoogte van het bouwwerk
6.Setback
Parkeren
8.Evidente privaatrechtelijke belemmeringen
“In het derde lid van dit artikel is bepaald dat de bedoelde afstand van twee meter wordt gemeten rechthoekig uit de buitenkant van de muur daar, waar de opening is gemaakt, of uit de buitenste naar het naburige erf gekeerde rand van het vooruitspringende werk tot aan de grenslijn der erve of de muur. Dit derde lid moet als volgt worden uitgelegd. Het eerste deel van deze bepaling (“rechthoekig uit de buitenkant van de muur daar, waar de opening is gemaakt”) ziet op raam- of deuropeningen en geeft duidelijk weer dat slechts ramen en deuren die, bezien vanuit de positie dat men voor de raam- of deuropening staat, recht naar voren uitzicht geven op het naburige erf, strijdigheid met het in artikel 5:50 lid 1 BW bepaalde kunnen opleveren.” [6] Volgens de Afdeling is er dus alleen sprake van een raam dat in strijd met artikel 5:50 BW is aangebracht, als er recht vooruit door dat raam kijkend uitzicht bestaat op het (binnen twee meter van dat raam) naastgelegen perceel.