Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de Minister van Justitie en Veiligheid
Samenvatting
.Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
9 januari 2024 heeft hij een aanvraag ingediend voor het verlengen van de omgevingsvergunning. Door de korpschef is het politiesysteem en ook het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) bevraagd. Hieruit is gebleken dat ten aanzien van eiser meerdere zaken zijn geregistreerd die verband houden met een misdrijf. Het betreft een misdrijf dat drie keer is gepleegd. Dit misdrijf ziet op het opzettelijk onjuist indienen van de aangifte omzetbelasting [1] en het meerdere malen valselijk opmaken van stukken [2] . Omdat de omgevingsvergunning van eiser op 31 maart 2024 afliep heeft de korpschef op
23 maart 2024 aan eiser een brief gestuurd waarin werd verzocht om de wapens en munitie elders in bewaring te geven. Uit de track & trace informatie bleek dat eiser deze brief had geweigerd. Hierdoor was het voor de korpschef onduidelijk waar de wapens en munitie zich bevonden (met het oog op de het aflopen van de geldigheid van de omgevingsvergunning). Naar aanleiding van de bevindingen uit het politiesysteem en JDS heeft de korpschef besloten de omgevingsvergunning niet te verlenen omdat het hebben van wapens of munitie aan eiser niet langer kan worden toevertrouwd.
De Cwm 2019 maakt weliswaar onderscheid tussen verschillende type misdrijven, maar economische misdrijven worden daarbij niet uitgesloten om vrees voor misbruik aan te nemen. Dit onderscheid wordt in de Cwm 2019 gemaakt om de terugkijktermijn [5] te bepalen. Bij misdrijven met een verhoogd risico – zoals gewelds-, drugs- en wapendelicten – geldt een langere terugkijktermijn dan voor andere misdrijven. De rechtbank overweegt dat wapens en munitie een potentieel ernstige bedreiging vormen voor de veiligheid in de samenleving. Daarom wordt een streng beleid gevolgd bij de toepassing van het criterium ‘vrees voor misbruik’ en dient al geringe, objectief te onderbouwen twijfel aanleiding te geven om de omgevingsvergunning te weigeren of in te trekken. Tegen deze achtergrond kunnen ook misdrijven zonder gewelddadig karakter, zoals economische misdrijven, relevant zijn omdat zij kunnen duiden op het bewust overschrijden van wettelijke grenzen, het omzeilen van regels of het laten prevaleren van persoonlijke belangen boven maatschappelijke normen. Dergelijke gedragingen raken rechtstreeks aan de vraag of het voorhanden hebben van wapens en munitie aan betrokkene kan worden toevertrouwd. Met betrekking tot de stelling dat de korpschef de feiten onjuist heeft beschreven oordeelt de rechtbank als volgt. Voor zover de stellingen van eiser kloppen, leidt dit niet tot een gegrond beroep. Ook zonder de genoemde feiten had de minister de vrees voor misbruik mogen aannemen. De overige feiten en omstandigheden bieden naar het oordeel van de rechtbank namelijk voldoende onderbouwing om de vrees voor misbruik aan te nemen. Deze beroepsgrond slaagt niet.