De voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van Roerdalen tot sluiting van een woning voor zes maanden wegens drugshandel. De politie trof bij onderzoek in december 2024 meerdere kilo’s harddrugs, grote hoeveelheden softdrugs en €171.415 aan contant geld aan in de woning en kelderbox. De burgemeester sloot de woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet en het Damoclesbeleid.
Verzoeker maakte bezwaar en stelde dat hij niet wist van de drugs, dat hij een kwetsbaar persoon is in een hulpverleningstraject en dat de sluiting disproportioneel is vanwege het ontbreken van overlast en het ontbreken van alternatieven. De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting, gezien de omvang van de drugs en het contante geld, en dat er sprake was van een ernstig geval met overlast volgens MMA-meldingen.
De rechter stelde vast dat verzoeker als huurder toezichtplicht had en dat het niet aannemelijk was dat hij niets wist van de drugs. De nadelige gevolgen voor verzoeker, zoals het risico op dakloosheid en ontbinding van de huurovereenkomst, wogen niet zwaarder dan het belang van openbare orde en veiligheid. De begunstigingstermijn was passend. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.