ECLI:NL:RBLIM:2025:2538
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking jachtakte wegens benadeling welzijn wilde vogels en verboden vangmiddelen
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van de minister van Justitie en Veiligheid om de jachtakte in te trekken, nadat de korpschef van politie had vastgesteld dat eiser het goedvond dat zijn minderjarige zoon wilde vogels gevangen hield, waaronder een ekster, kauw en kraai, en dat er verboden middelen om vogels te vangen op zijn terrein aanwezig waren.
De rechtbank oordeelde dat deze feiten en omstandigheden voldoende grond vormen voor de intrekking van de jachtakte, omdat het welzijn van de vogels werd benadeeld en eiser als houder van een jachtakte een uitzonderingspositie bekleedt waarbij geringe twijfel aan het verantwoord kunnen omgaan met wapens of munitie tot intrekking kan leiden.
Eisers verweer dat de situatie gedoogd moest worden vanwege de ziekte en het pesten van zijn zoon, en dat het een eenmalig incident betrof, werd verworpen. Ook het bezwaar dat de stukken te laat werden verstrekt, werd ongegrond verklaard omdat eiser ruim voor de zitting de stukken ontving en voldoende gelegenheid had zijn zienswijze naar voren te brengen.
De rechtbank concludeerde dat de minister het besluit voldoende heeft gemotiveerd en dat de intrekking niet onevenredig is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de jachtakte blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de intrekking van zijn jachtakte wordt ongegrond verklaard en de intrekking blijft in stand.