ECLI:NL:RVS:2024:3986
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Intrekking jachtakte wegens geringe twijfel over wapenverlof na Duitse afdoening stroperij
De korpschef van de Nationale Politie trok op 29 april 2020 de jachtakte van appellant in wegens vrees voor misbruik, gebaseerd op een internationaal rechtshulpverzoek uit Duitsland over een vermeende veroordeling voor stroperij. De staatssecretaris verklaarde het administratief beroep ongegrond, stellende dat appellant in Duitsland veroordeeld was en dat deze veroordeling gelijkgesteld kon worden aan een onherroepelijke uitspraak volgens de Circulaire Wapens en Munitie 2019.
De rechtbank oordeelde dat appellant niet veroordeeld was, maar dat de strafzaak was gestaakt na betaling van € 1.000,- aan de Dierenbescherming Limburg-Weilburg, en passeerde het motiveringsgebrek. In hoger beroep betwist appellant de gelijkstelling van deze betaling met een strafbeschikking en stelt dat de betaling voortkwam uit een voorwaardelijke stakingsregeling onder Duits recht.
De Raad van State stelt vast dat een afdoening op grond van artikel 153a StPO in Duitsland niet gelijkgesteld kan worden met een onherroepelijke rechterlijke uitspraak, omdat geen uitspraak over schuld is gedaan. Hierdoor is het motiveringsgebrek in het besluit van de staatssecretaris niet te passeren. De zaak wordt terugverwezen met de opdracht aan de minister om binnen 12 weken het besluit te herstellen of te wijzigen met een adequate motivering, waarbij de feiten en omstandigheden opnieuw moeten worden beoordeeld volgens de Circulaire Wapens en Munitie 2019.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de jachtakte wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen het besluit binnen 12 weken te herzien met een deugdelijke motivering.