De rechtbank Limburg behandelde het verzoek van de vader om de kinderalimentatie vanaf de datum van het verzoek op nihil te stellen vanwege problematische schulden en een lopend gemeentelijk schuldhulptraject. De vader stelde dat hij financieel niet meer in staat was om de alimentatie te betalen en vroeg tevens kwijtschelding van de achterstand.
De moeder betwistte het verzoek en stelde dat de vader met het vrij te laten bedrag (VTLB) vanuit het schuldhulptraject in staat is om de alimentatie te blijven voldoen. De rechtbank onderzocht de financiële situatie van de vader, waarbij uit de schuldhulpverleningsberekening bleek dat hij een afloscapaciteit heeft van €826,77 per maand en een VTLB van €1.693,58 per maand, exclusief vakantiegeld.
De vader woont bij zijn moeder en heeft verklaard zijn kosten zeer laag te houden om de alimentatie te kunnen betalen. De rechtbank achtte het aannemelijk dat de vader gedurende de schuldregeling stabiele inkomsten zal hebben en voldoende financiële ruimte om aan zijn onderhoudsverplichting te voldoen.
Daarom ontbrak een juridische grondslag om de alimentatie te wijzigen en werd het verzoek afgewezen. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.