De voormalige burgemeester van Weert heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders om 1.105 documenten gedeeltelijk openbaar te maken op grond van de Wet open overheid (Woo). Het verzoek om een voorlopige voorziening om openbaarmaking te voorkomen is eveneens afgewezen.
De zaak betreft een integriteitsonderzoek naar de voormalige burgemeester naar aanleiding van een krantenartikel. De documenten betreffen onder meer e-mails die gewist waren door eiser, maar door het college veiliggesteld en onderzocht zijn. Eiser stelde dat het college niet bevoegd was om de documenten te doorzoeken en openbaar te maken, en dat zijn privacy en belangen zijn geschaad.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college bevoegd is om op het Woo-verzoek te beslissen, ook als de documenten deels tot de exclusieve bevoegdheid van de burgemeester behoren. De werkwijze van het college bij het veiligstellen en onderzoeken van de documenten is zorgvuldig en in overeenstemming met de privacywetgeving. Het horen van eiser door een advocaat van hetzelfde kantoor als de gemachtigde van het college leidt niet tot schending van het verbod op vooringenomenheid.
De voorzieningenrechter concludeert dat eiser procesbelang heeft, maar zijn beroepsgronden onvoldoende onderbouwd zijn en dat het college geen motiveringsgebrek heeft. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.