ECLI:NL:RVS:2021:2561
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inzake openbaarmaking documenten op grond van Wob
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Almelo om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en de Archiefwet, waaronder een verklaring van verjaring van eigendom en alle daaraan gerelateerde informatiedragers. Het college maakte elf documenten openbaar, maar appellant stelde dat niet alle relevante documenten waren verstrekt.
Het college verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond, en de rechtbank bevestigde dit oordeel. Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het college het verzoek te beperkt had geïnterpreteerd en niet alle relevante documenten had openbaar gemaakt. Tevens was de bezwaarschriftencommissie onjuist samengesteld, omdat de voorzitter belangenverstrengeling kon hebben.
De Afdeling vernietigde het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat het college een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met een andere samenstelling van de commissie. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen met een andere bezwaarschriftencommissie.