Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
Rechtbank Limburg
De huurder en zijn medehuurder zijn sinds december 2019 woonruimte van Wonen Zuid aan het huren. Zij liepen een huurachterstand op die op het moment van dagvaarding € 1.938,28 bedroeg. Wonen Zuid stuurde een veertiendagenbrief en stelde buitengerechtelijke incassokosten in het vooruitzicht.
De huurders erkenden de achterstand maar betwistten de hoogte en verwezen naar betalingen die volgens hen niet waren verwerkt. Wonen Zuid toonde een actueel overzicht waarin de achterstand nog steeds meer dan twee maanden huur bedroeg. Ondanks betalingsregelingen werden deze niet nagekomen.
De kantonrechter oordeelde dat de tekortkomingen de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigen. De huurders werden veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening en tot betaling van de huurachterstand, maandelijkse vergoeding tot ontruiming, wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. De proceskosten werden aan de zijde van Wonen Zuid vastgesteld en toegewezen.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurders worden veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur met rente en kosten.