ECLI:NL:RBLIM:2025:5938
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Wijziging onderhoudsbijdrage jongmeerderjarige na wijziging woonplaats en inkomen moeder
De rechtbank Limburg behandelde gelijktijdig een bodemprocedure en een voorlopige voorziening inzake de alimentatie voor een jongmeerderjarige studente die sinds het schooljaar 2024/2025 bij haar vader woont in plaats van bij haar moeder. De moeder heeft een gewijzigde inkomenssituatie, waaronder inkomsten uit een eigen onderneming, die de rechtbank in de draagkrachtberekening heeft betrokken.
In de bodemprocedure verzocht de jongmeerderjarige een bijdrage van €286,50 per maand vanaf 1 september 2024, terwijl de moeder slechts bereid was €25 per maand te betalen en stelde dat de bijdrage pas vanaf de datum van beschikking moest ingaan vanwege financiële problemen. De voorlopige voorziening werd ingetrokken.
De rechtbank oordeelde dat sprake is van een wijziging van omstandigheden en hanteerde de datum van beschikking (13 juni 2025) als ingangsdatum. De behoefte werd vastgesteld op €573,43 per maand, waarbij de draagkracht van de vader op €543 en van de moeder op €144 werd berekend. De moeder moet daarom €120 per maand betalen, rekening houdend met haar draagkracht en reeds gedane betalingen. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De moeder moet vanaf 13 juni 2025 een maandelijkse onderhoudsbijdrage van €120 betalen aan de jongmeerderjarige.