Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
- [medeverdachte 1] met het parketnummer 03.132156.21
- [medeverdachte 2] ; met het parketnummer 03.154459.21
- [medeverdachte 3] met het parketnummer 03.123588.21
- [medeverdachte 4] met het parketnummer 03.133392.21
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
.Anders gezegd: het Openbaar Ministerie mag bij het formuleren van de tenlastelegging rekening houden met diverse feitelijke scenario’s, die ieder een andere juridische waardering/duiding opleveren van het fysieke gebeuren. De strafrechter zal uiteindelijk een keuze moeten maken als het overtreden van een specifieke strafbepaling het overtreden van een andere strafbepaling uitsluit.
4.De beoordeling van het bewijs
dusop een “beter” tijdstip en “betere” plaats dan op klaarlichte dag en op een drukke openbare weg van het leven kunnen beroven. Als laatste contra-indicatie noemt de rechtbank het gegeven dat [medeverdachte 1] niet onmiddellijk het vuur op [slachtoffer] heeft geopend toen deze nog in zijn auto zat of direct nadat hij uit die auto was gestapt, hetgeen in de rede had gelegen indien [medeverdachte 1] van meet af aan [slachtoffer] had willen doden.
linking pintussen zijn zwager en de auto-ambulance. De verdachte heeft niet expliciet verklaard dat hij wist dat het conflict draaide om een drugsdeal en ontkent dat hij wist waarom hij in de witte Golf is meegegaan, maar die ontkenning is niet geloofwaardig. Het is voor de rechtbank ook moeilijk voorstelbaar dat gedurende de lange tijd dat de verdachte zich in de witte Golf heeft bevonden, hij in het geheel geen idee gehad heeft van waarom hij zich in die Golf bevond en waarom zij de auto-ambulance en de auto van [slachtoffer] zijn gevolgd. De verdachte wist dus in elk geval dat hij meeging om, in de woorden van [medeverdachte 2] , te pakken wat [slachtoffer] bij zich zou hebben.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf en/of de maatregel
8.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
9.De voorlopige hechtenis
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
Vrijspraak
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor het bewezenverklaarde onder feit 1 nog meer subsidiair en feit 2 primair tot een gevangenisstraf van 6 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [naam 10] toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan deze benadeelde partij van € 20.000,- voor geleden affectieschade ter zake van het bewezenverklaarde onder feit 1 nog meer subsidiair en feit 2 primair. De schadevergoeding wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2021 tot aan de dag van volledige voldoening;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door (een van) de mededader(s) is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
- veroordeelt de verdachte hoofdelijk tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van voornoemde benadeelde partij van een bedrag van € 20.000,- ter zake van feit 1 nog meer subsidiair en feit 2 primair. Het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2021 tot aan de dag van volledige voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 135 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- de verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde partij bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot betaling;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [naam 11] toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan deze benadeelde partij van € 20.000,- voor geleden affectieschade ter zake van het bewezenverklaarde onder feit 1 nog meer subsidiair en feit 2 primair. De schadevergoeding wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2021 tot aan de dag van volledige voldoening;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door (een van) de mededader(s) is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
- veroordeelt de verdachte hoofdelijk tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van voornoemde benadeelde partij van een bedrag van € 20.000,- ter zake van feit 1 nog meer subsidiair en feit 2 primair. Het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2021 tot aan de dag van volledige voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 135 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- de verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde partij bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot betaling;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [naam 1] toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan deze benadeelde partij van € 27.013,50, waarvan € 20.000,- voor geleden affectieschade, ter zake van het bewezenverklaarde onder feit 1 nog meer subsidiair en feit 2 primair. De schadevergoeding wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2021 tot aan de dag van volledige voldoening;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door (een van) de mededader(s) is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
- veroordeelt de verdachte hoofdelijk tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van voornoemde benadeelde partij van een bedrag van € 27.013,50 ter zake van feit 1 nog meer subsidiair en feit 2 primair. Het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2021 tot aan de dag van volledige voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 170 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- de verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde partij bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot betaling;