Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
- [medeverdachte 1] met het parketnummer 03.132156.21
- [medeverdachte 2] met het parketnummer 03.154459.21
- [medeverdachte 3] met het parketnummer 03.297715.22
- [medeverdachte 4] met het parketnummer 03.133392.21
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
De witte Golf kwam om 17.26 uur aan op [adres 3] en parkeerde schuin voor de auto van [slachtoffer] . Vervolgens stapten vier inzittenden van de witte Golf uit; zij hadden allen een vorm van gezichtsbedekking en [medeverdachte 1] had een vuurwapen in zijn hand. [medeverdachte 1] hield het vuurwapen tegen het bestuurdersraam van de auto van [slachtoffer] , een van de andere inzittenden van de witte Golf opende het achterportier en probeerde [slachtoffer] uit de auto te krijgen. [slachtoffer] stapte uit en werd door [medeverdachte 1] met het vuurwapen bedreigd. Op enig moment liep [slachtoffer] naar de kofferbak van zijn auto, opende deze en boog voorover. Op dat moment schoot [medeverdachte 1] diverse malen in de richting van [slachtoffer] , die ineenzakte en (kort daarop) het leven liet. Vervolgens vluchtten zowel de inzittenden van de witte Golf met verdachte weer als bestuurder als die van de auto-ambulance, 18 seconden nadat de witte Golf ter plaatse was gearriveerd.
dusop een “beter” tijdstip en “betere” plaats dan op klaarlichte dag en op een drukke openbare weg van het leven kunnen beroven. Als laatste contra-indicatie noemt de rechtbank het gegeven dat [medeverdachte 1] niet onmiddellijk het vuur op [slachtoffer] heeft geopend toen deze nog in zijn auto zat of direct nadat hij uit die auto was gestapt, hetgeen in de rede had gelegen indien [medeverdachte 1] van meet af aan [slachtoffer] had willen doden.
klinkt als) achter het stuur, [nickname 5] , [nickname 4] en [medeverdachte 3] .”
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
8.De voorlopige hechtenis
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor het bewezenverklaarde onder feit 1 nog meer subsidiair en feit 2 primair tot een gevangenisstraf van 5 jaren en 9 maanden;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [naam 10] toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan deze benadeelde partij van € 20.000,- voor geleden affectie-schade ter zake van het bewezenverklaarde onder feit 1 nog meer subsidiair en feit 2 primair. De schadevergoeding wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2021 tot aan de dag van volledige voldoening;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door (een van) de mededader(s) is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
- veroordeelt de verdachte hoofdelijk tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van voornoemde benadeelde partij van een bedrag van € 20.000,- ter zake van feit 1 nog meer subsidiair en feit 2 primair. Het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2021 tot aan de dag van volledige voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 135 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- de verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde partij bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot betaling;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [naam 11] toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan deze benadeelde partij van € 20.000,- voor geleden affectieschade ter zake van het bewezenverklaarde onder feit 1 nog meer subsidiair en feit 2 primair. De schadevergoeding wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2021 tot aan de dag van volledige voldoening;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door (een van) de mededader(s) is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
- veroordeelt de verdachte hoofdelijk tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van voornoemde benadeelde partij van een bedrag van € 20.000,- ter zake van feit 1 nog meer subsidiair en feit 2 primair. Het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2021 tot aan de dag van volledige voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 135 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- de verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde partij bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot betaling;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [naam 1] toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan deze benadeelde partij van € 27.013,50, waarvan € 20.000,- voor geleden affectieschade, ter zake van het bewezenverklaarde onder feit 1 nog meer subsidiair en feit 2 primair. De schadevergoeding wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2021 tot aan de dag van volledige voldoening;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door (een van) de mededader(s) is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
- veroordeelt de verdachte hoofdelijk tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van voornoemde benadeelde partij van een bedrag van € 27.013,50 ter zake van feit 1 nog meer subsidiair en feit 2 primair. Het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2021 tot aan de dag van volledige voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 170 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- de verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde partij bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot betaling;