Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 januari 2025 in de zaken tussen
[eiseres 1] , te [vestigingsplaats 1] , eiseres
het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
(“zich laten voortplanten”)en voeren aan dat taalkundig met deze bestendige werkwijze is voldaan aan het begrip gefokte vogel uit artikel 3.9, achtste lid, aanhef en onder b, van het Bnb.
mogelijkeen andere bevredigende oplossing is, is daartoe onvoldoende. Verweerder heeft immers niet
vastgesteld(of op zijn minst voldoende aannemelijk gemaakt) dat er daadwerkelijk een andere bevredigende oplossing bestaat en kan dus ook niet stellen dat destijds ten onrechte is geconcludeerd dat er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Dat er misschien een andere bevredigende oplossing is, maar misschien ook niet, is onvoldoende om een vergund recht te kunnen intrekken. De vaststelling van het verzuim dat er geen limiet was gesteld aan de aantallen te vangen/verplaatsen en te doden spreeuwen is eveneens onvoldoende om daaruit te concluderen dat de staat van instandhouding is geschaad.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2025