De zaak betreft een beroep tegen het besluit van de gemeente Beekdaelen om een omgevingsvergunning te verlenen voor de aanleg van een natuurzwemvijver in een gebied met een rijksmonument en meerdere beschermde bestemmingen. De vergunning omvat vier Wabo-activiteiten: bouwen, aanleggen, gebruik in afwijking van het bestemmingsplan en verstoring van een rijksmonument.
De rechtbank beoordeelt het besluit op basis van de oude Wabo-regelgeving vanwege de datum van de aanvraag. De monumentencommissie heeft het bouwplan goedgekeurd onder voorwaarden, en de ruimtelijke onderbouwing en ecologische rapportages ondersteunen de vergunningverlening. De bezwaren van eiser richten zich op vermeende strijd met welstandseisen, aantasting van beschermde waarden en onvoldoende onderbouwing van de ruimtelijke impact.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht is uitgegaan van het welstandsadvies en dat de bezwaren tegen de ecologische en ruimtelijke onderbouwing onvoldoende aannemelijk zijn gemaakt. De vermeende onevenredige aantasting van beschermde waarden is niet bewezen. Ook het argument van precedentwerking faalt vanwege de unieke situatie. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.