ECLI:NL:RVS:2021:279
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning kapverdieping en woninguitbreiding in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende een omgevingsvergunning voor het wijzigen van de gevel, het plaatsen van een kapverdieping en het realiseren van acht woningen op een perceel in Amsterdam. De vergunninghouder is mede-eigenaar van het pand en wilde het pand renoveren en uitbreiden, waarbij de maximale bouwhoogte van 10 meter werd overschreden.
Appellanten maakten bezwaar tegen de vergunning vanwege mogelijke nadelige effecten op hun woon- en leefklimaat, met name door extra schaduwhinder, verstoring van het straatbeeld, waterhuishouding, en privaatrechtelijke belemmeringen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellanten gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de bezonning geen onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat oplevert, mede gelet op diverse bezonningsstudies. Stedenbouwkundig was de kapverdieping toelaatbaar binnen het beleid en de welstandsnota. De waterhuishouding en fundering voldeden aan de voorschriften, ondanks aanvullende funderingspalen tijdens de renovatie. De vermeende privaatrechtelijke belemmering werd niet als evident beoordeeld, mede door toezeggingen van de vergunninghouder.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees alle beroepsgronden af, waarmee het hoger beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor de kapverdieping en woninguitbreiding blijft van kracht.