Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
[handelsnaam],
[gedaagde 1],
1.De procedure
- de producties 22 tot en met 24 van [eiser] ;
- de mondelinge behandeling van 24 juli 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De verhuurder verhuurt sinds 2019 een zelfstandige woonruimte aan de huurder, wiens goederen onder bewind zijn gesteld met een bewindvoerder als vertegenwoordiger. De huurder veroorzaakt al geruime tijd ernstige overlast, waaronder geluidsoverlast, vervuiling en agressief gedrag, wat door meerdere verklaringen is onderbouwd.
De verhuurder vordert in kort geding ontruiming van het gehuurde, veroordeling in een contractuele boete en proceskosten. De kantonrechter verklaart de verhuurder niet-ontvankelijk jegens de huurder persoonlijk vanwege het bewind, maar wijst de vordering tegen de bewindvoerder toe.
De kantonrechter oordeelt dat de overlast een ernstige tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst vormt en dat het belang van de verhuurder en omwonenden bij ontruiming zwaarder weegt dan het belang van de huurder. De ontruiming wordt toegewezen met een termijn van één maand na betekening. De gevorderde dwangsom en ontruimingskosten worden afgewezen, evenals de contractuele boete wegens onvoldoende onderbouwing. Het proceskostenbeding wordt vernietigd wegens oneerlijkheid, waardoor proceskosten worden afgewezen.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van het gehuurde wordt toegewezen tegen de bewindvoerder met een termijn van één maand na betekening.