ECLI:NL:RBLIM:2025:785
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor kosten pgb-beheer wegens niet tijdige indiening
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de gedeeltelijke afwijzing van haar aanvraag voor bijzondere bijstand voor de kosten van het beheer van een persoonsgebonden budget (pgb). Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen wees de aanvraag voor de jaren 2021 en 2022 af omdat deze niet tijdig was ingediend. De rechtbank oordeelt dat de kosten voor pgb-beheer reguliere kosten zijn die in het kalenderjaar waarop zij betrekking hebben zijn opgekomen, waardoor de aanvraag voor die jaren te laat was.
Eiseres stelde dat de kosten eenmalige extra kosten zijn en dat de aanvraag pas na machtiging van de kantonrechter kon worden ingediend. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en concludeert dat pgb-beheerkosten een periodieke aard hebben en niet gelijkgesteld kunnen worden met eenmalige extra kosten zoals verhuizing of WSNP-trajecten.
Verder is het beroep op het evenredigheidsbeginsel verworpen omdat artikel 44, eerste lid, van de Participatiewet een gebonden bevoegdheid betreft die niet aan dit beginsel kan worden getoetst, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. De rechtbank acht de omstandigheden van eiseres, zoals het niet kunnen waarnemen van eigen belangen en het ontstaan van schuld, niet als bijzondere omstandigheden. Het college heeft terecht het buitenwettelijk begunstigend beleid toegepast en het beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de gedeeltelijke afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand wegens niet tijdige indiening.