ECLI:NL:RBLIM:2025:8215
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag zorgtoeslag met terugwerkende kracht wegens overschrijding termijn
Eiser vroeg de Dienst Toeslagen om met terugwerkende kracht zorgtoeslag over 2022 te ontvangen, nadat hij in 2023 opnieuw toeslag had aangevraagd en later ontdekte dat hij mogelijk ook voor eerdere jaren recht had op toeslag. De Dienst wees de aanvraag af omdat deze na de wettelijk gestelde termijn was ingediend. Eiser stelde dat hij niet tijdig was geïnformeerd over de noodzaak van een nieuwe aanvraag en dat het de verantwoordelijkheid van de Dienst was om hem hierover te informeren.
De rechtbank oordeelt dat de wet een dwingende beslistermijn voorschrijft, namelijk dat aanvragen voor zorgtoeslag ingediend moeten zijn vóór 1 september van het volgende jaar. Er is geen aanleiding om hiervan af te wijken, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn die niet door de wetgever zijn meegewogen en die toepassing van de dwingende regels onredelijk maken. De omstandigheden aangevoerd door eiser, waaronder het gebrek aan informatie van de Dienst, kwalificeren niet als bijzondere omstandigheden.
De rechtbank benadrukt dat het de eigen verantwoordelijkheid van de burger is om op de hoogte te zijn van de voorwaarden en termijnen voor toeslagen. Omdat eiser niet binnen de termijn heeft aangevraagd en geen bijzondere omstandigheden heeft gesteld, is het beroep ongegrond verklaard. Eiser krijgt zijn griffierecht niet terug. De uitspraak is gedaan door rechter Sprakel op 22 augustus 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de te laat ingediende aanvraag voor zorgtoeslag over 2022.