ECLI:NL:RVS:2023:3125
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- H.G. Sevenster
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over te late aanvraag huurtoeslag 2019 wegens strikte toepassing aanvraagtermijn
De Belastingdienst/Toeslagen wees de aanvraag om huurtoeslag over 2019 van de wederpartij af omdat deze te laat was ingediend, namelijk op 2 september 2020 terwijl de aanvraagtermijn op 1 september 2020 afliep. De rechtbank oordeelde dat bijzondere omstandigheden zich voordeden waardoor de strikte toepassing van artikel 15, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) in strijd was met het evenredigheidsbeginsel en liet de aanvraagtermijn buiten toepassing.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde in hoger beroep vast dat de wetgever in 2004 bewust heeft gekozen voor een harde aanvraagtermijn zonder uitzonderingsmogelijkheid en dat de rechtbank ten onrechte het evenredigheidsbeginsel toepaste op een dwingende wettelijke termijn. De vermeende bijzondere omstandigheden, zoals digitalisering en het later verkrijgen van gegevens, waren volgens de Afdeling reeds voorzien en verdisconteerd in de wet.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de wederpartij ongegrond. Hoewel de Afdeling begrip toonde voor de teleurstelling van de wederpartij vanwege de geringe termijnoverschrijding, kon de Belastingdienst niet afwijken van de wettelijke aanvraagtermijn. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de Awir en het ontbreken van ruimte voor afwijking op grond van het evenredigheidsbeginsel.
Uitkomst: Het beroep van de wederpartij wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd vanwege de strikte toepassing van de aanvraagtermijn.