ECLI:NL:RBLIM:2025:8720
Rechtbank Limburg
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Geen volledige proceskostenvergoeding na intrekking ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst
In deze zaak stond de ontbinding van een arbeidsovereenkomst centraal tussen Maas en Roer en de werknemer. Maas en Roer diende een verzoekschrift in tot ontbinding, waarop de werknemer verweer voerde en tevens vergoeding van daadwerkelijk gemaakte advocaatkosten vorderde.
Tijdens de procedure trok Maas en Roer haar ontbindingsverzoek in, waarna de kantonrechter alleen nog oordeelde over de gevorderde vergoeding van advocaatkosten door de werknemer. De kantonrechter stelde vast dat vergoeding van alle proceskosten alleen bij buitengewone omstandigheden mogelijk is, zoals misbruik van procesrecht, maar dat hiervan geen sprake was.
Daarnaast ontbrak onderbouwing van de gevorderde kosten door het ontbreken van facturen, waardoor de proceskosten op het reguliere liquidatietarief werden begroot. Gezien het intrekken van het verzoek en het feit dat partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, besloot de kantonrechter dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten; volledige proceskostenvergoeding wordt afgewezen.