Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
bewaking van de uitvoering van het integriteitsbeleid. Fungeren als centraal
Meldpunt voor integriteitschendingen (met uitzondeling van ongewenst gedrag en
Coördineren en onderzoeken van meldingen inzake integriteitschendingen evt
Ons beider interactie, de mogelijke verschillen van inzicht….zijn die er?”:
3.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek
€ 1.195.000,- bruto;
4.De beoordeling van het verzoek
goed functionerenén in geval van
minimaal een eindkwalificatie ‘normaal: voldoet aan de gestelde eisen en verwachtingen’een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt aangeboden.
een plan van aanpak gaan opstellen voor de rest van 2024. Daarna ook een verdere blik naar voren: 2025 en situatie over bijv. 3 jaar.”Dit plan van aanpak moest de leidraad vormen om te beoordelen hoe Bureau Integriteit gedurende het jaar ervoor stond. Dit staat duidelijk in het verslag van dit gesprek. [werknemer] heeft ook tijdens de mondelinge behandeling zelf verklaard dat haar werk bestond uit het behandelen van meldingen én het maken van beleid. [werknemer] kon op basis van dit gesprek dus wel weten wat van haar werd verwacht. Verder is de kantonrechter het met de Gemeente eens dat de eisen die [werknemer] (achteraf) stelt aan de vorm en inhoud van het planningsgesprek niet passen bij de functie van Adviseur II op schaal 12 niveau. Het behoorde immers tot de functie dat [werknemer] zélf pro-actief met voorstellen zou komen en aan de slag zou gaan met het verder vormgeven, implementeren en bewaken van het integriteitsbeleid binnen de Gemeente . Het vooraf SMART formuleren van concrete eindresultaten is daarmee moeilijk verenigbaar. Bovendien blijkt nergens uit dat [werknemer] zelf ooit heeft verzocht om SMART geformuleerde resultaatsafspraken.
- [persoon 1] vraagt tijdens een gesprek op 14 oktober 2024 aandacht voor het vinden van de balans tussen snelheid en zorgvuldigheid.
- In een gesprek tussen [persoon 1] , [persoon 4] en [werknemer] op 30 oktober 2024 zegt [persoon 1] dat
- [persoon 1] maakt in zijn voorbereiding op het gesprek op 25 februari 2025 (onder andere) melding van een ‘
- Uit het gespreksverslag van het gesprek op 25 februari 2025 blijkt dat [persoon 1] en [werknemer] van mening verschillen over de praktische invulling van integriteit, [persoon 1] meldt dat [werknemer] niet openstaat voor coaching of bijsturing en dat hij bij vlagen omgevings- en interpersoonlijke sensitiviteit mist.
- In het gesprek met [persoon 3] en [persoon 2] op 27 maart 2025 benoemt [persoon 3] dat de ontwikkeling van beleid een belangrijke reden was om [werknemer] aan te nemen en dat vasthoudendheid van [werknemer] aan haar hoge integriteitsstandaarden leidt tot inflexibiliteit. In dit gesprek is duidelijk gezegd dat de Gemeente het functioneren van [werknemer] als onvoldoende bestempelde.
- In het memo van 1 april 2025 staat dat [werknemer] niet schakelt tussen verschillende stijlen, maar totale zorgvuldigheid de enige route is die zij toepast, dat zij te weinig oog heeft voor de zachte aanpak, dat [werknemer] weliswaar kritiekpunten op de organisatie formuleert, maar geen route om tot betere resultaten te komen. De Gemeente vraagt [werknemer] om zelfreflectie, in welk geval de Gemeente haar ‘aan boord’ wil houden.