Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- het beroepschrift met vijf producties, binnengekomen op de griffie op 25 augustus 2025
- de op 28 augustus 2025 van de zijde van [verzoeker] ontvangen beschikking van de kantonrechter
- de op 2 oktober 2025 van de zijde van [verzoeker] ontvangen overige stukken van de procedure bij de kantonrechter
- het verweerschrift tevens het beroepschrift in het door Venture ingestelde hoger beroep, met producties
- de op 15 december 2025 gehouden mondelinge behandeling, waarvan een verslag (proces-verbaal) is opgemaakt dat aan de dossierstukken is toegevoegd.
2.De kern van de zaak en de uitkomst
3.Wat is er gebeurd?
“soort contract”vermeld:
“Bepaalde tijd voor de duur van 12 maanden met een maand proeftijd. Bij goed functioneren en goede vooruitzichten voor de organisatie zal het contract na afloop worden omgezet naar een contract voor onbepaalde tijd.”
Het oordeel van het hof
“en als je als je nou bijvoorbeeld even kijkt naar een [naam4] die doet abctjes die kun jij ook, eh eh maar ik kan 2 [naam4] 's betalen, voor jou weet je dus voor jouw salaris is zo’n abctje gewoon te duur”. Volgens [verzoeker] is hiermee sprake van een verboden leeftijdsonderscheid omdat deze is gebaseerd op een verschil in overeengekomen brutoloon dat samenhangt met zijn leeftijd en dat van [naam4] , een junior jurist. Het om die reden niet-verlengen van de arbeidsovereenkomst is in strijd met artikel 3 onder Pro c. van de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBL) en kan niet gerechtvaardigd worden door een van de in artikel 7 van Pro die wet genoemde gronden. Conform artikel 11 van Pro die wet en artikel 7:681 BW Pro is om die reden aan hem een billijke vergoeding verschuldigd, aldus [verzoeker] .
5.De beslissing
- € 827,- aan griffierecht
- € 2.428,- aan salaris van de advocaat van Venture (2 procespunten × appeltarief II à € 1.214,-)