AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling voor handel in hennep met gedeeltelijke vrijspraak wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Limburg heeft op 17 februari 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte wegens handel in hennep. De verdachte werd beschuldigd van het bezit en de handel in hennep in twee verschillende periodes. Voor het eerste parketnummer werd bewezen verklaard dat verdachte in de periode van 1 januari 2019 tot 11 november 2019 hennep verhandelde en op 11 november 2019 een hoeveelheid van 835,8 gram in bezit had. Voor het tweede parketnummer werd verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en schending van het recht op een eerlijk proces, omdat een cruciale getuigenverklaring niet kon worden getoetst door de verdediging.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de verdachte en andere bewijsmiddelen het eerste feit wettig en overtuigend bewezen maakten. De tenlastelegging voor de periode van november tot en met december 2018 werd echter niet bewezen verklaard, waardoor verdachte partieel werd vrijgesproken voor die periode. Voor het tweede feit werd de verklaring van een getuige uitgesloten omdat de verdediging geen effectieve mogelijkheid had om deze te ondervragen, waardoor het bewijs onvoldoende was.
De straf werd bepaald op 100 dagen gevangenisstraf, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn, de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en zijn positieve gedragsverandering. Daarnaast werd de teruggave van een inbeslaggenomen heuptas met €130 gelast. De rechtbank achtte de handel in hennep ernstig vanwege de schadelijke effecten en de maatschappelijke gevolgen van de illegale drugshandel.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 100 dagen gevangenisstraf, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, en vrijgesproken van een tweede tenlastelegging wegens onvoldoende bewijs.
Voetnoten
1.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, District Noord- en Midden-Limburg, basisteam Venlo/Beesel, BHV-nummer PL2321-2019136270 (onderzoek LB13019002 / DELTA), gesloten d.d. 7 april 2020, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 655.
2.Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 november 2019, pagina 366, 367 en 370.
3.Proces-verbaal aanhouding verdachte d.d. 11 november 2019, pagina 307.
4.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 november 2019, pagina 232-233.
5.Proces-verbaal van binnentreden in woning d.d. 11 november 2019, pagina 344.
6.Lijst van inbeslaggenomen goederen d.d. 12 november 2019, pagina 349-351.
7.Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam] d.d. 12 november 2019, pagina 606.
8.Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 november 2019, pagina 367, 368 en 370.
9.Proces-verbaal van verhoor verdachte toetsing rechtmatigheid inverzekeringstelling en vordering tot bewaring d.d. 14 november 2019.
10.Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 november 2019, pagina 379.
11.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 9 november 2019, pagina 459 en 462.
12.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 10 november 2019, pagina 469.
13.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 10 november 2019, pagina 549-554.
15.Hiermee wordt bedoeld dat een bewijsmiddel het enige of doorslaggevende bewijs is.