Eisers, agrarische ondernemers in Limburg, hebben beroep ingesteld tegen een wijzigingsbesluit waarbij habitattypen en soorten zijn toegevoegd aan Natura 2000-gebieden. Zij stelden dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid, onder meer vanwege het niet ter inzage leggen van habitattypenkaarten en het ontbreken van een zorgvuldige motivering.
De rechtbank oordeelt dat het niet ter inzage leggen van de kaarten een gebrek in de voorbereiding vormt, maar dit gebrek wordt gepasseerd omdat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij hierdoor zijn benadeeld. De rechtbank stelt dat verweerder verplicht was alle habitattypen en soorten die in meer dan verwaarloosbare mate voorkwamen op te nemen en instandhoudingsdoelstellingen te formuleren, zonder rekening te houden met economische belangen van eisers.
De rechtbank wijst de stellingen van eisers af dat de kaarten of het rapport van de Vlinderstichting gebrekkig zijn, en volgt het Holohan-arrest niet voor de aanwijzingsprocedure. Ook is voldoende gelegenheid tot inspraak geboden. De beroepen worden ongegrond verklaard, maar verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.