ECLI:NL:RVS:2014:1239
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende ecologische motivering bij begrenzing Natura 2000-gebied Pompveld
De zaak betreft een geschil over het aanwijzingsbesluit van 23 mei 2013 waarbij het gebied "Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem" is aangewezen als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn. De Stichting het Noordbrabants Landschap en LTO Noord hebben beroep ingesteld tegen dit besluit. De Stichting betoogt dat de begrenzing van het deelgebied Pompveld ten onrechte is gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbesluit, omdat enkele agrarische percelen buiten de begrenzing zijn gelaten zonder voldoende ecologische onderbouwing. De staatssecretaris stelt dat het visonderzoek geen zekerheid geeft over het voorkomen van kwalificerende vissoorten op die percelen.
De Afdeling bestuursrechtspraak volgt de staatssecretaris niet en oordeelt dat deze onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de uitgezonderde agrarische gronden geen ecologische waarde hebben, mede gelet op het visonderzoek dat deze vissoorten in nabijgelegen sloten aantrof. De Afdeling concludeert dat de wijziging van de begrenzing niet deugdelijk is gemotiveerd en draagt de staatssecretaris op dit gebrek binnen zestien weken te herstellen door een toereikende motivering of een gewijzigd besluit.
Het beroep van LTO Noord, dat zich richt op de samenhang van de drie deelgebieden en de aanwezigheid van habitattypen, wordt ongegrond verklaard. De Afdeling overweegt dat de drie deelgebieden ecologisch voldoende samenhangen en dat de instandhoudingsdoelstellingen en begrenzingen in overeenstemming zijn met de Habitatrichtlijn en de Natuurbeschermingswet 1998. De uitspraak bevat tevens een uitgebreide motivering over de ecologische criteria en de juridische kaders die bij de aanwijzing gelden.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt opgedragen de begrenzing van het deelgebied Pompveld ecologisch toereikend te motiveren of het besluit te wijzigen; het beroep van LTO Noord wordt ongegrond verklaard.