Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:1676

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
11909753 \ CV EXPL 25-3982
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Otto
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230v BWArt. 3:40 lid 2 BWArt. 6:44 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling openstaande facturen Bol.com door bewindvoerder toegewezen

Bol.com vordert betaling van openstaande facturen ter hoogte van € 855,18, vermeerderd met incassokosten en wettelijke rente, van een consument die onder bewind staat. De bewindvoerder erkent de vordering.

De rechtbank beoordeelt ambtshalve of aan de informatieplichten bij overeenkomsten op afstand is voldaan en of de algemene voorwaarden eerlijk zijn. De essentiële informatieverplichtingen zijn nageleefd, waardoor de hoofdsom en rente worden toegewezen.

Een incassokostenbeding in de algemene voorwaarden wordt deels als oneerlijk beoordeeld, waardoor slechts een deel van de gevorderde incassokosten wordt toegewezen. De bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van € 1.034,80 plus rente en proceskosten.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van € 1.034,80 plus wettelijke rente en proceskosten aan Bol.com.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11909753 \ CV EXPL 25-3982
Vonnis van 25 februari 2026
in de zaak van
BOL.COM B.V., (mede) handelen onder de na(a)m(en) BOL.COM, BOL. EN BOL,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Bol.com,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [bewindvoerder] B.V. (mede) handelend onder de (na(a)m(en) [bewindvoerder] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [rechthebbende],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de bewindvoerder q.q. of [rechthebbende] ,
gemachtigde: [gemachtigde] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 22,
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[rechthebbende] heeft in de maanden september en oktober 2022 via de website van Bol.com uiteenlopende producten besteld voor in totaal een bedrag van € 855,18. [rechthebbende] heeft hierbij gekozen voor de mogelijkheid om achteraf te betalen, maar vervolgens niet betaald.
2.2.
De bestelling werd uitgevoerd door zowel Bol.com zelf als externe Bol.com verkopers. De externe verkopers hebben aan Bol.com het recht verleend om in eigen naam incassorechten uit te voeren.
2.3.
Op de overeenkomsten zijn de ‘Algemene Voorwaarden Thuiswinkel’, ‘Algemene Verkoopvoorwaarden zakelijke verkopen via bol.com’ en de ‘Algemene voorwaarden bij andere verkopers’ van Bol.com van toepassing verklaard.
2.4.
[rechthebbende] staat sinds 1 september 2024 onder bewind.
2.5.
Bij brief van 28 oktober 2024 heeft Bol.com [rechthebbende] gesommeerd om tot betaling over te gaan, waarbij [rechthebbende] € 127,90 aan incassokosten in het vooruitzicht zijn gesteld als hij niet binnen veertien dagen na ontvangst van de brief zou betalen.
2.6.
[rechthebbende] heeft een bedrag van € 2,50 aan Bol.com betaald, maar het overige bedrag onbetaald gelaten, waarna hij is gedagvaard.

3.Het geschil

3.1.
Bol.com vordert - samengevat – betaling van € 1.122,70, vermeerderd met de wettelijke rente over € 855,18 vanaf 16 september 2025 en een veroordeling in de proceskosten.
3.2.
Het bedrag van € 1.122,70 kan als volgt worden gespecificeerd:
  • € 855,18 (hierna: de hoofdsom),
  • € 127,90 aan buitengerechtelijke incassokosten,
  • € 142,12 aan rente tot 16 september 2025
Op het totaalbedrag van € 1.125,20 heeft Bol.com € 2,50 aan betalingen in mindering gebracht.
3.3.
Bol.com legt aan haar vordering ten grondslag dat [rechthebbende] niet aan zijn verplichtingen uit de tussen partijen gesloten koopovereenkomsten heeft voldaan, omdat hij de facturen niet heeft betaald.
3.4.
De bewindvoerder q.q. erkent de vordering.

4.De beoordeling

Bewind
Indien een consument onder bewind is gesteld, dan moet de vordering worden ingesteld tegen de bewindvoerder q.q. en niet tegen de consument zelf. In deze zaak is [bewindvoerder] B.V. gedagvaard. De bewindvoerder q.q. zal als formele procespartij worden aangemerkt en worden veroordeeld in deze procedure.
Ambtshalve toetsen informatieplichten
4.1.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar aan de consument de informatie verstrekken die staat opgesomd in artikel 6:230m lid 1 BW. Artikel 6:230v BW bevat voor overeenkomsten op afstand nadere regels over de wijze en het moment waarop de handelaar die informatie moet verstrekken.
4.2.
In zijn arrest van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677; hierna: het arrest) heeft de Hoge Raad de vraag beantwoord wanneer de rechter moet overgaan tot ambtshalve onderzoek en toepassing van sancties en welke sancties kunnen worden toegepast. [1] Uit dit arrest volgt dat de rechter ambtshalve dient te onderzoeken of de handelaar heeft voldaan aan:
- de informatieplichten waaraan de wet bij niet-naleving ervan specifieke sancties verbindt (hierna: categorie i)
- de essentiële informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 BW (hierna: categorie ii).
4.3.
Als niet wordt voldaan aan een informatieplicht die valt in categorie (i), moet de rechter de sanctie toepassen die de wet verbindt aan schending van die verplichting (r.o. 3.1.10. van het arrest). Als niet wordt voldaan aan een informatieplicht die valt in categorie (ii), kan de rechter de overeenkomst geheel of gedeeltelijk vernietigen (op grond van artikel 3:40 lid 2 BW Pro). Daarvoor zal aanleiding zijn als sprake is van een voldoende ernstige schending van een of meer essentiële informatieplichten (r.o. 3.1.12 en 3.1.15 van het arrest). Het is ook mogelijk dat een informatieplicht zowel in categorie (i) als in categorie (ii) valt. In dat geval kan de rechter naast of in plaats van toepassing van de specifieke wettelijke sanctie ook overgaan tot (gedeeltelijke) vernietiging (r.o. 3.1.16 van het arrest).
4.4.
Naar het oordeel van de kantonrechter is aan de essentiële precontractuele - en contractuele informatieverplichtingen voldaan.
4.5.
De conclusie van voorgaande overwegingen is dat de gevorderde betaling van de hoofdsom van € 855,18 en de daarover berekende rente van € 142,12 tot 16 september 2025 zal worden toegewezen.
Ambtshalve toetsen algemene voorwaarden
4.6.
Eisende partij vordert betaling van rente en buitengerechtelijke incassokosten.
De kantonrechter moet in beginsel ambtshalve vaststellen of in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt over deze gevorderde onderdelen en beoordelen of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het betreffende beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen, ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak. Dit alles volgt uit het Dexia-arrest (HvJ EU 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68) en het Gupfinger-arrest (HvJ, EU 8 december 2022, ECLI:EU:2022:971).
Rente
4.7.
De kantonrechter stelt vast dat de toepasselijke algemene voorwaarden in artikel 15 van Pro de Algemene Voorwaarden Thuiswinkel, in artikel 6 van Pro de Algemene voorwaarden kopen bij andere verkopers van Bol.com (versie 22-01-2020) en in artikel 15 van Pro de Algemene Verkoopvoorwaarden zakelijke verkopen via Bol.com een beding bevatten op grond waarvan Bol.com aanspraak kan maken op vergoeding van wettelijke rente.
De kantonrechter is van oordeel dat deze bedingen eerlijk zijn. Hieruit volgt dat deze bedingen niet ambtshalve vernietigd zullen worden.
4.8.
De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen over de hoofdsom van
€ 855,18 vanaf 16 september 2025 tot de dag van volledige betaling.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.9.
De kantonrechter stelt vast dat de toepasselijke algemene voorwaarden in artikel 15 van Pro de Algemene Voorwaarden Thuiswinkel een beding bevatten op grond waarvan de betreffende ondernemer aanspraak kan maken op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is van oordeel dat deze bedingen eerlijk zijn.
4.10.
Daarnaast stelt de kantonrechter vast dat de toepasselijke algemene voorwaarden in artikel 6 van Pro de Algemene voorwaarden kopen bij andere verkopers van Bol.com (versie 22-01-2020) eveneens een beding bevatten op grond waarvan eisende partij aanspraak kan maken op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Deze bepaling is echter anders geformuleerd dan de onder 4.9 bedoelde bepaling:
Art. 6 lid 3 Indien Pro de Klant niet tijdig aan zijn betalingsverplichting(en) voldoet, is deze, nadat hij door bol.com is gewezen op de te late betaling en bol.com de Klant een termijn van 14 dagen heeft gegund om alsnog aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen, na het uitblijven van betaling binnen deze 14 dagen termijn, over het nog verschuldigde bedrag een vertragingsrente en/of administratiekosten verschuldigd, alsmede de incassokosten, onverminderd de bevoegdheid van bol.com om de daadwerkelijk gemaakte buitenrechtelijke incassokosten te vorderen.
De kantonrechter is van oordeel dat dit beding oneerlijk is. De bedongen vergoeding is namelijk niet begrensd in omvang en daarmee dus hoger dan de vergoeding conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.
4.11.
De kantonrechter is van oordeel dat het laatst genoemde beding daardoor oneerlijk is ten opzichte van gedaagde.
4.12.
Het gevolg hiervan is dat de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke kosten van € 127,90 deels toewijsbaar is, namelijk voor zover die kosten zijn gemaakt ter incassering van dat gedeelte van de hoofdsom dat is gebaseerd op de overeenkomst waarop het eerlijke incassobeding van toepassing is. Dat betekent dat de bewindvoerder q.q. een bedrag van €40,00 verschuldigd is, maar daarop moet het door [rechthebbende] betaalde bedrag van € 2,50 in mindering worden gebracht. Uit de dagvaarding maakt de kantonrechter immers op dat [rechthebbende] voorafgaande aan de dagvaarding een bedrag van € 2,50 heeft betaald. Het is niet duidelijk op welk bedrag de € 2,50 in mindering is gebracht. Conform artikel 6:44 BW Pro wordt zijn betaling allereerst in mindering gebracht op de buitengerechtelijke kosten van € 40,00. Dit betekent dat een bedrag van € 37,50 (€ 40,00 - € 2,50) aan buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
Conclusie
2.12.
Gelet op al het voorgaande is een bedrag van in totaal € 1.034,80, vermeerderd met de wettelijke rente over de hoofdsom van € 855,18 vanaf 16 september 2025, toewijsbaar.
Proces- en nakosten
4.13.
De bewindvoerder q.q. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Bol.com worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
340,00
- salaris gemachtigde
288,00
(2 punten × € 144,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
820,78

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt de bewindvoerder q.q. om aan Bol.com te betalen een bedrag van € 1.034,80, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 855,18, met ingang van 16 september 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt de bewindvoerder q.q. in de proceskosten van € 820,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de bewindvoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.

Voetnoten

1.HR 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677.