ECLI:NL:RBLIM:2026:1783
Rechtbank Limburg
- Bodemzaak
- Dohmen
- Rechtspraak.nl
Vonnis inzake verzoek tot doorhaling en subsidiaire vermindering van eis in civiele procedure
In deze civiele bodemzaak heeft de eiser bij e-mail laten weten de zaak te willen intrekken. Gedaagde stemde hiermee in onder de voorwaarde dat eiser in de proceskosten wordt veroordeeld. De kantonrechter overweegt dat doorhaling slechts mogelijk is bij gezamenlijk verzoek, wat hier ontbreekt, zodat het verzoek wordt afgewezen.
Subsidiair wordt het verzoek aangemerkt als een vermindering van eis tot nihil. Hierdoor is er geen vordering meer en is gedaagde ten onrechte in de procedure betrokken. De kantonrechter veroordeelt eiser daarom in de proceskosten van gedaagde.
De enige proceshandeling van gedaagde bestond uit het indienen van een conclusie van antwoord, zonder verdere proceshandelingen door de gemachtigde. Er zijn geen kosten voor gemachtigdensalaris, reis- of verletkosten, zodat de proceskosten worden vastgesteld op nihil.
Het vonnis wordt gewezen door kantonrechter Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.
Uitkomst: Het verzoek tot doorhaling wordt afgewezen en subsidiair wordt de eis verminderd tot nihil, waarbij eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde vastgesteld op nihil.