Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:1843

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
349326 KG ZA 26-42
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:13 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing executoriale beslagen wegens misbruik van recht na aanvullend echtscheidingsconvenant

Partijen zijn gescheiden en hebben een aanvullend echtscheidingsconvenant gesloten waarin is afgesproken af te zien van partneralimentatie. Ondanks deze afspraken heeft de gedaagde executoriale derdenbeslagen gelegd ter voldoening van partneralimentatie die in de echtscheidingsbeschikking was vastgesteld.

De eiser vordert opheffing van deze beslagen en een verbod op verdere executiemaatregelen. De rechtbank oordeelt dat het aanvullend convenant nog steeds geldig is, ook al is een bepaalde voorwaarde niet tijdig nagekomen, omdat de betalingen wel zijn voldaan. De stelling van misbruik van omstandigheden is niet ingeroepen, waardoor het convenant niet is vernietigd.

De rechtbank concludeert dat executie van de partneralimentatiebeschikking in deze omstandigheden misbruik van recht is. Daarom worden de beslagen opgeheven, een verbod op verdere executiemaatregelen uitgesproken en de beslagkosten aan de eiser toegewezen. De proceskosten worden gecompenseerd.

Uitkomst: De rechtbank heft de executoriale derdenbeslagen op wegens misbruik van recht en verbiedt verdere executiemaatregelen.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: C/03/349326 / KG ZA 26-42
Vonnis in kort geding van 24 februari 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. I. Vorbach,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de mondelinge behandeling van 19 februari 2026.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest.
2.2.
Partijen hebben op 30 november 2022 en 6 december 2022 een echtscheidingsconvenant ondertekend. De belangen van [eiser] werden daarbij behartigd door mr. I. Vorbach en de belangen van [gedaagde] werden behartigd door mr. N. Gerardts.
2.3.
Bij beschikking van [datum] 2023 is de echtscheiding uitgesproken.
2.4.
Op 16 februari 2023 zijn partijen een aanvullend echtscheidingsconvenant overeengekomen. Ook nu werden belangen van [eiser] behartigd door mr. I. Vorbach en de belangen van [gedaagde] door mr. N. Gerardts.
2.5.
Onder 2.3. van het aanvullend echtscheidingsconvenant zijn partijen overeengekomen dat zij na ontbinding van hun huwelijk tegenover elkaar niet tot betaling van alimentatie gehouden zullen zijn (partneralimentatie).
2.6.
In afwijking van en in aanvulling op het echtscheidingsconvenant van 30 november 2022 en 6 december 2022 zijn partijen onder 3.3. van het aanvullend echtscheidingsconvenant als volgt overeengekomen:
  • [eiser] dient binnen drie dagen nadat mr. Geradts aan mr. Vorbach de definitieve datum van scheiding kenbaar heeft gemaakt, een aanvraag in ter verkrijging van een financiering om [gedaagde] te kunnen uitbetalen. [eiser] verstrekt gegevens aan [gedaagde] waaruit blijkt dat de [eiser] binnen de gestelde termijn aan de indiening van de aanvraag heeft voldaan;
  • [eiser] betaalt binnen drie dagen nadat mr. Gerardts aan mr. Vorbach de definitieve datum van scheiding kenbaar heeft gemaakt, als voorschot op de betaling van € 320.777,00, een bedrag van € 40.000,00 aan [gedaagde] op [rekeningnummer] ten name van [gedaagde] . (…);
  • [eiser] zet spoed op de offerte-aanvraag. Partijen komen overeen dat de levering van de echtelijke woning en uitbetaling van de resterende gelden van € 280.777,00 zo spoedig mogelijk, echter uiterlijk binnen 8 weken na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking via [notaris] plaatsvindt.
2.7.
Onder 3.6. van het aanvullend echtscheidingsconvenant zijn partijen overeengekomen dat, indien één van partijen de afspraken zoals benoemd onder 3.2. en 3.3. niet nakomt, of niet tijdig nakomt, behoudens overmacht, het gehele aanvullende convenant komt de vervallen en de beschikking van de rechtbank ter zake de kinder- en partneralimentatie weer zal gelden, als ook het volledige echtscheidingsconvenant.
2.8.
De echtscheidingsbeschikking van [datum] 2023 is op 17 februari 2023 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Venlo .
2.9.
[eiser] heeft binnen de overeengekomen termijnen € 40.000,00 en € 280.777,00 aan [gedaagde] betaald.
2.10.
Bij drie afzonderlijke exploten van 21 januari 2026 heeft [gedaagde] op grond van de echtscheidingsbeschikking ten laste van [eiser] onder de ABN AMRO Bank N.V., ASN Bank N.V. en Coöperatieve Rabobank U.A. voor een bedrag van € 171.526,52 executoriaal derdenbeslag laten leggen ter voldoening van achterstallige partneralimentatie over de periode [datum] 2023 tot en met januari 2026.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert:
  • opheffing van de op 21 januari 2026 op verzoek van [gedaagde] gelegde executoriale derdenbeslagen onder de ABN AMRO Bank N.V., ASN Bank N.V. en Coöperatieve Rabobank U.A.;
  • [gedaagde] te verbieden om binnen 24 uur na betekening van het te redigeren vonnis op enigerlei wijze executiemaatregelen dan wel rechtsmaatregelen te treffen met als oogmerk te bewerkstelligen dat [eiser] voldoet aan de bij beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond d.d. [datum] 2023 bepaalde partneralimentatie, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 (dan wel een ander door de rechtbank in goede justitie bepaald bedrag) per dag of gedeelte daarvan dat de overtreding blijft voortduren;
  • [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 200,00 (beslagkosten banken) aan [eiser] , te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro daarover vanaf de veertiende dag na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis tot de dag der algehele voldoening;
  • [gedaagde] te veroordelen in de werkelijke kosten en nakosten van dit geding bestaande uit de volledige feitelijke door [eiser] gemaakte kosten van de salarissen en de verschotten van de advocaat van [eiser] en de andere redelijke en evenredige kosten die [eiser] heeft gemaakt, althans de proceskosten en nakosten conform het geliquideerd tarief, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro| daarover vanaf de veertiende dag na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis tot de dag der algehele voldoening.
3.2.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

spoedeisendheid
4.1.
De spoedeisendheid in deze zaak vloeit voort uit de aard van de vorderingen.
opheffing beslagen
4.2.
Indien een vordering in kort geding tot schorsing van de tenuitvoerlegging betrekking heeft op een uitspraak waartegen geen rechtsmiddel (meer) openstaat, is de veroordeling waarvan de tenuitvoerlegging ter discussie staat definitief. In dat geval geldt de maatstaf zoals vermeld in het arrest van 22 april 1983 [1] onverkort, en bestaat slechts grond voor schorsing ingeval van – kort gezegd – misbruik van bevoegdheid (art. 3:13 BW Pro) [2] .
4.3.
Bij beschikking van [datum] 2023 is de echtscheiding uitgesproken en zijn – onder andere – de alimentatieverplichtingen van [eiser] vastgesteld. Bij aanvullend convenant van 16 februari 2023 (dus na de echtscheidingsbeschikking) hebben partijen aanvullende afspraken gemaakt. Een van die aanvullende afspraken is dat [gedaagde] afziet van partneralimentatie.
4.4.
In het aanvullend convenant is een clausule opgenomen, die het aanvullend convenant geheel doet vervallen, indien één van partijen de afspraken zoals benoemd onder 3.2. en 3.3. van het aanvullend convenant niet, of niet tijdig nakomt.
4.5.
[gedaagde] stelt dat [eiser] niet heeft voldaan aan de onder 3.3. genoemde voorwaarde dat hij binnen drie dagen nadat mr. Geradts aan mr. Vorbach de definitieve datum van scheiding kenbaar heeft gemaakt, een aanvraag indient ter verkrijging van een financiering om [gedaagde] te kunnen uitbetalen en aan [gedaagde] gegevens dient te verstrekken waaruit blijkt dat de [eiser] binnen de gestelde termijn aan de indiening van de aanvraag heeft voldaan. Om die reden is [gedaagde] van oordeel dat op grond van het bepaalde in 3.6. van het aanvullend convenant dit convenant is vervallen en zij alsnog aanspraak heeft op de partneralimentatie die in de echtscheidingsbeschikking is vastgesteld.
4.6.
Deze stelling van [gedaagde] wordt verworpen. Hoewel het mogelijk juist is dat [eiser] niet (tijdig) heeft voldaan aan genoemde voorwaarde, is de rechtbank van oordeel dat [gedaagde] , zeker na drie jaar, geen zelfstandig belang heeft bij nakoming van die voorwaarde. Als ter zitting erkend staat vast dat de door [eiser] aan [gedaagde] verschuldigde bedragen tijdig aan [gedaagde] zijn betaald. De voorwaarde waarvan [gedaagde] nu stelt dat die niet vervuld zou zijn, is naar het oordeel van de rechtbank enkel opgesteld om (spoedige) betaling aan [gedaagde] af te dwingen. En betaling heeft dus (tijdig) plaatsgevonden.
4.7.
[gedaagde] voert verder nog aan dat zij destijds, bij het onderhandelen en ondertekenen van het aanvullend convenant, onder grote druk stond; [gedaagde] had een huis gekocht en dreigde een boete te moeten betalen, de zorg over de kinderen e.d.
Voor zover [gedaagde] bedoeld heeft het aanvullend convenant te vernietigen op grond van dwaling en/of misbruik van omstandigheden, geldt dat [gedaagde] die vernietiging niet heeft ingeroepen. Het aanvullend convenant heeft zijn geldigheid dan ook niet verloren.
conclusie
4.8.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het aanvullend convenant nog steeds geldt. Op grond van de in dat aanvullend convenant tussen partijen gemaakte afspraken heeft [gedaagde] geen aanspraak op partneralimentatie. Door de beschikking van [datum] 2023 dan nu te executeren, maakt [gedaagde] misbruik van haar bevoegdheid. De op 21 januari 2026 op verzoek van [gedaagde] gelegde executoriale derdenbeslagen onder de ABN AMRO Bank N.V., ASN Bank N.V. en Coöperatieve Rabobank U.A. zullen daarom worden opgeheven.
verbod tot executiemaatregelen
4.9.
Gelet op het voorgaande zal de vordering van [eiser] tot het verbieden van verdere executiemaatregelen dan wel rechtsmaatregelen betrekking hebbend op de bij beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond d.d. [datum] 2023 bepaalde partneralimentatie, eveneens worden toegewezen. Daarbij zij opgemerkt dat de rechtbank uit de verklaringen van [eiser] ter mondelinge behandeling heeft begrepen dat bedoeld is dat het verbod heeft te gelden na verloop van 24 uur en niet dat het verbod slechts geldig is gedurende de 24 uur na betekening van het vonnis.
4.10.
De daaraan te verbinden dwangsom zal worden gemaximeerd tot een bedrag van € 200.000,00.
beslagkosten
4.11.
[eiser] vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Nu het beslag onrechtmatig is gelegd, zal deze vordering worden toegewezen. Op basis van de overgelegde stukken is aan beslagkosten toewijsbaar een bedrag van € 200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald.
proceskosten
4.12.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. De vordering om [gedaagde] te veroordelen in de daadwerkelijk gemaakte kosten voor dit geding, behoeven om die reden geen bespreking.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
heft op de op 21 januari 2026 op verzoek van [gedaagde] gelegde executoriale derdenbeslagen onder de ABN AMRO Bank N.V., ASN Bank N.V. en Coöperatieve Rabobank U.A.,
5.2.
verbiedt [gedaagde] om na verloop van 24 uur na betekening van dit vonnis op enigerlei wijze executiemaatregelen dan wel rechtsmaatregelen te treffen met als oogmerk
te bewerkstelligen dat [eiser] voldoet aan de bij beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond d.d. [datum] 2023 bepaalde partneralimentatie, op
straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte daarvan dat
de overtreding blijft voortduren met een maximum van € 200.000,00,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 200,00 aan beslagkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. dr. Verhoeven en in het openbaar uitgesproken door mr. R.A.J. van Leeuwen op 24 februari 2026.

Voetnoten

2.ECLI:NL:HR:2019:2026 rov 5.8. onder e