Uitspraak
1.[verkoper] ,
2.
[verkoopster],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- het bericht van 28 mei 2025 met productie(s) van [koper]
- het bericht van 9 september 2025 met productie(s) van [verkopers]
- de mondelinge behandeling van 24 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij beide partijen een pleitnota overgelegd hebben. [verkopers] heeft bij die gelegenheid zijn eis vermeerderd.
2.De feiten
[verkoopmakelaar] , de verkoopmakelaar van [verkopers] , de woning geïnspecteerd. Op een later moment is toen ook [verkopers] daarbij aanwezig geweest.
- rolluik keuken kapot
- verlichting kelder, toiletruimte functioneert niet
- aardlek schakelt uit
- diverse losse spullen in garage, tuin en kelder
- cv toestel niet op werking kunnen controleren
- hoofdkraan water, open, water stroomt uit douche, CV toestel 0,0 bar, niet bij te vullen
- er zal € 10.000,00 in depot blijven. Termijn van 7 dagen na heden moeten alle punten opgelost zijn.
3.Het geschil
€ 9.815,15 vanaf 1 december 2024 en over € 865,76 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van betaling;
4.De beoordeling
€ 50,00
€ 722,03
€ 865,76
€ 7.730,12 niet langer aan [verkopers] verschuldigd is.
€ 9.815,15. Van die hoofdsom is echter alleen € 7.680,12 (€ 7.730,12 minus € 50,00) toewijsbaar. De tot 1 december 2024 gevorderde wettelijke rente is dus over een te hoge hoofdsom berekend en zal daarom afgewezen worden.
€ 257,00
- herstel rolluik € 50,00
- herstel douche € 1.250,03
- huurkosten appartement € 1.500,00
- huur nooddouchecabine met boiler € 599,99
- herstel cv-leiding en keukenplafond € 3.850,00
- herstel keukenvloer € 2.649,41
- opname vijf vakantiedagen i.v.m. gebreken € 1.250,00
- buitengerechtelijke kosten € 1.072,66
€ 7.680,12. [verkopers] heeft het bedrag van € 50,00 immers op zijn vordering in mindering gebracht. [koper] heeft dus op dit punt niets meer van [verkopers] te vorderen. Daarom wordt dit deel van zijn vordering afgewezen.
€ 485.000,00. Op basis van die redenering is [verkopers] van mening dat de kosten van het herstel van die gebreken voor rekening van [koper] moeten blijven.
5.De beslissing
19 februari 2025 tot de dag van volledige betaling,