ECLI:NL:RBLIM:2026:2073

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
11975229 \ CV EXPL 25-5035
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Piëtte
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230o BWArt. 6:230t BWArt. 6:230v BWArt. 3:296 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering betaling wegens bevestigde retourzending trainingspakken Zalando

Liquandum Capital, rechtsopvolger van Zalando Payments GmbH, vordert betaling van een openstaande factuur van €455,90 plus rente en incassokosten van [gedaagde partij], consument bij Zalando. De vordering betreft een bestelling van trainingspakken, een slim fit jeans en een muts, waarvan een deel retour is gezonden en gecrediteerd.

De gedaagde betwist de vordering en toont aan dat hij de trainingspakken daadwerkelijk retour heeft gezonden, met bewijs van aanmelding en bevestiging van Zalando. De kantonrechter beoordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. De informatieplichten en algemene voorwaarden van Zalando zijn ambtshalve getoetst en niet onredelijk bevonden.

De kantonrechter oordeelt dat de gedaagde voldoende bewijs heeft geleverd van de retourzending van de trainingspakken, waardoor de vordering van Liquandum Capital niet kan worden toegewezen. De gevorderde rente en incassokosten worden eveneens afgewezen. Liquandum Capital wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden begroot voor de gedaagde.

Uitkomst: De vordering tot betaling van €455,90 plus rente en incassokosten wordt afgewezen omdat de retourzending van de trainingspakken is aangetoond en bevestigd.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11975229 \ CV EXPL 25-5035
Vonnis van 4 maart 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
LIQUANDUM CAPITAL GMBH,
te Berlijn (Duitsland),
eisende partij,
hierna te noemen: Liquandum Capital,
gemachtigde: Rosmalen Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde partij],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Liquandum Capital heeft de vordering van Zalando Payments GmbH overgenomen. Zalando Payments GmbH is de rechtsopvolger van Zalando SE (hierna te noemen: Zalando).
2.2.
Zalando is een detailhandel waarbij klanten via postorder en internet hun bestelling kunnen plaatsen. [gedaagde partij] is consument.
2.3.
Er is een koopovereenkomst op afstand tussen [gedaagde partij] en Zalando tot stand gekomen. [gedaagde partij] heeft namelijk op 16 september 2023 op de website van Zalando een bestelling gedaan voor twee trainingspakken, een slim fit jeans en een muts. Deze bestelling is aan [gedaagde partij] geleverd.
2.4.
[gedaagde partij] heeft geen beroep gedaan op zijn herroepingsrecht.
2.5.
Zalando heeft [gedaagde partij] op 19 september 2023 een factuur gestuurd voor een bedrag van € 647,80. Een bedrag van € 191,90 is door Zalando gecrediteerd in verband met een retourzending van een slim fit jeans en handschoenen.
2.6.
Zalando heeft [gedaagde partij] op 12 oktober 2023 een e-mail gestuurd met een betalingsherinnering voor een bedrag van € 455,90. Daarbij heeft Zalando incassokosten aangezegd voor een bedrag van € 68,39.
2.7.
Rosmalen gerechtsdeurwaarders B.V. heeft [gedaagde partij] op 15 mei 2025 gemaand om de openstaande vordering te betalen.
2.8.
[gedaagde partij] heeft de factuur voor een bedrag van € 455,90 aan hoofdsom onbetaald gelaten.

3.Het geschil

3.1.
Liquandum Capital vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van een bedrag van € 584,89. Dit bedrag bestaat uit € 455,90 aan hoofdsom,
€ 60,61 aan rente en € 68,39 aan buitengerechtelijke incassokosten. Een bedrag van € 0,01 is door Zalando ontvangen.
3.2.
Liquandum Capital legt aan haar vordering het volgende ten grondslag.
Liquandum Capital stelt dat [gedaagde partij] de factuur voor een bedrag van € 455,90 onbetaald heeft gelaten. [gedaagde partij] heeft namelijk bij Zalando een bestelling gedaan voor een bedrag van
€ 647,80 voor een slim fit jeans, twee trainingspakken en een muts. Weliswaar heeft [gedaagde partij] de bestelling deels retour gezonden aan Zalando waarvoor een bedrag van € 191,90 is gecrediteerd, maar Zalando heeft de twee trainingspakken van [gedaagde partij] nooit retour ontvangen. De factuur voor een bedrag van € 455,90 heeft [gedaagde partij], ondanks diverse aanmaningen, niet betaald. Daarom vordert Liquandum Capital een bedrag van € 584,89 inclusief rente en buitengerechtelijke incassokosten.
3.3.
[gedaagde partij] voert verweer. [gedaagde partij] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Liquandum Capital. [gedaagde partij] voert aan dat hij al ruim 3 jaar probleemloos bij Zalando bestelde voordat dit geschil zich voordeed. [gedaagde partij] betaalt tijdig, retourneert alles volgens de officiële stappen en bewaart de verzendbewijzen. Zo heeft [gedaagde partij] vanwege twijfel over de maat op 16 september 2023 een bestelling gedaan voor een slim fit jeans, twee trainingspakken en een muts. Deze bestelling heeft [gedaagde partij] naast een eerder gedane bestelling op 13 september 2023 via de Zalando-app voor retour aangemeld. [gedaagde partij] heeft hier één pakket van gemaakt en dit pakket (voorzien van het juiste label) ingeleverd bij een postpunt en het bewijs hiervan bewaard. Op 28 september 2023 heeft [gedaagde partij] van Zalando twee afzonderlijke bevestigingen ontvangen dat de retouren waren verwerkt. [gedaagde partij] voert aan dat de gerechtelijke procedure niet het gevolg is van zijn handelen, maar van een structurele fout in de interne afhandeling bij Zalando. [gedaagde partij] heeft dan ook een formele klacht ingediend bij de Thuiswinkel organisatie over een andere retourzending in oktober 2023 die Zalando niet heeft verwerkt.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter wijst de vordering van Liquandum Capital af. Hieronder licht de kantonrechter dit toe.
Kantonrechter bevoegd en Nederlands recht van toepassing
4.2.
De kantonrechter stelt vast dat het geschil een internationaal karakter heeft, omdat Liquandum Capital in Duitsland is gevestigd. Allereerst dient daarom ambtshalve te worden beoordeeld of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en welk recht op het voorliggende geschil van toepassing is.
4.3.
De kantonrechter overweegt daartoe het volgende. Artikel 18 lid 2 van Pro de Brussel I bis- Verordening [1] bepaalt dat de rechtsvordering die tegen de consument wordt ingesteld door de wederpartij bij de overeenkomst slechts kan worden gebracht voor de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de consument woonplaats heeft. [gedaagde partij] is woonachtig in [plaats] waardoor de kantonrechter te Roermond bevoegd is om over deze vordering te beslissen.
4.4.
Verder is van belang welke recht op de overeenkomst van toepassing is. Liquandum Capital heeft gesteld dat zij op grond van cessie en mededeling uiteindelijk rechthebbende is geworden van onderhavige vordering en gerechtigd is om [gedaagde partij] in rechte te betrekken.
4.5.
Daartoe overweegt de kantonrechter het volgende. Artikel 14 lid 1 van Pro de Rome I verordening bepaalt dat de betrekkingen tussen cedent en cessionaris of tussen subrogant en gesubrogeerde uit hoofde van een contractuele subrogatie van een vordering op een andere persoon („de schuldenaar”) worden beheerst door het recht dat door deze verordening op de tussen hen bestaande overeenkomst van toepassing is. [2] In artikel 17 van Pro de Algemene en aanvullende voorwaarden van Zalando staat dat op de overeenkomsten tussen consument en Zalando uitsluitend Nederlands recht van toepassing is.
4.6.
Gelet op het voorgaande komt de kantonrechter toe aan de inhoudelijke beoordeling van het onderhavige geschil naar Nederlands recht.
Ambtshalve toetsing informatieplichten
4.7.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 jo artikel 6:230oBW, artikel 6:230t BW en artikel 6:230v lid 6 en/of 8 van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. [3]
4.8.
De kantonrechter is van oordeel dat Liquandum Capital voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de informatieplichten.
Ambtshalve toetsing algemene voorwaarden
4.9.
In artikel 15 lid 4 van Pro de Algemene en aanvullende voorwaarden van Zalando is wel bepaald dat er rente en buitengerechtelijke kosten in rekening mogen worden gebracht als de consument niet tijdig aan zijn betalingsverplichting(en) voldoet. Dit beding dat relevant is voor de beoordeling van de vordering is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Moet [gedaagde partij] de vordering voor een bedrag van € 455,90 betalen?
4.10.
De kantonrechter zal de vordering van Liquandum Capital afwijzen. Hieronder licht de kantonrechter toe hoe hij tot dit oordeel komt.
4.11.
Uit de stellingen van Liquandum Capital begrijpt de kantonrechter dat zij een nakomingsvordering instelt. [4] Artikel 3:296 BW Pro bepaalt dat tenzij uit de wet, uit de aard der verplichting of uit een rechtshandeling anders volgt, wordt hij die jegens een ander verplicht is iets te geven, te doen of na te laten, daartoe door de rechter, op vordering van de gerechtigde, veroordeeld.
4.12.
Vaststaat dat [gedaagde partij] bij Zalando twee traningspakken, een muts en een slim fit jeans heeft besteld. Ook staat vast dat [gedaagde partij] de factuur van Zalando onbetaald heeft gelaten. Zalando en [gedaagde partij] verschillen echter van mening over de retourzending van deze artikelen. Liquandum Capital handhaaft bij conclusie van repliek het standpunt van Zalando dat zij de twee trainingspakken van [gedaagde partij] niet retour heeft ontvangen. Nu [gedaagde partij] zich erop beroept dat hij de bestelling wel retour heeft gezonden, moet [gedaagde partij] aantonen dat hij de producten heeft teruggestuurd [5] . Dat heeft [gedaagde partij] gedaan. [gedaagde partij] overlegt namelijk een e-mail van d.d. 21 september 2023 van de aanmelding van de retourzending. Daarnaast overlegt [gedaagde partij] een e-mail d.d. 28 september 2023 van Zalando met de bevestiging van de retourzending. Uit deze bevestiging van de retourzending blijkt dat [gedaagde partij] ook de twee trainingspakken heeft teruggestuurd. Daarmee staat voor de kantonrechter genoegzaam vast dat [gedaagde partij] de twee trainingspakken voor een totaalbedrag van € 455,90 heeft teruggestuurd naar Zalando. Liquandum Capital heeft verder ook niet meer verduidelijkt waarom zij – ondanks de overlegde retourbevestiging door [gedaagde partij] –bij haar standpunt blijft dat [gedaagde partij] nog twee trainingspakken zou moeten betalen. Dit maakt dat de kantonrechter de vordering van Liquandum Capital tot betaling van een bedrag van € 455,90 afwijst.
Buitengerechtelijke incassokosten en rente
4.13.
De kantonrechter wijst de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en rente af, omdat de vordering in hoofdsom wordt afgewezen.
Liquandum Capital hoeft geen proceskosten te betalen
4.14.
Liquandum Capital is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde partij], die in persoon procedeert, worden begroot op nihil, omdat [gedaagde partij] enkel schriftelijk verweer heeft gevoerd en er geen mondelinge behandeling van de zaak is geweest.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van Liquandum Capital af,
5.2.
veroordeelt Liquandum Capital in de proceskosten welke aan de zijde van [gedaagde partij] begroot worden op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.

Voetnoten

1.Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking).
2.Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I).
3.Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
4.Zie artikel 3:296 BW Pro.
5.Artikel 150 Rv Pro.